zondag 30 augustus 2015

Zondag 11 januari 1976 (G)

Gisteren met Sybren vertrokken voor een weekendje Amsterdam. Achteraf moet ik constateren dat het allemaal wat teleurstellend verliep behalve het concert van vanmiddag dat we (Ineke en ik) in het concertgebouw hoorden.
Maar goed, na aankomst in m'n geliefde stad zijn we nog even naar boekhandel Allert de Lange gegaan op het Rokin. Veel nieuws was er niet maar dat komt omdat wij beide goed op de hoogte zijn wat er zoal verschijnt. In het hotel aangekomen bleek er weer een nieuwe eigenaar te zijn dit keer in de vorm van een vreselijk wijf met een overdreven Amerikaans accent die ons per persoon 20 gulden afnam voor een afschrikwekkende vieze kamer met bedden waarop lakens en dekens die te goor waren om aan te pakken. Maar goed, we hadden ja gezegd gezien vorige prettige ervaringen met dit hotel maar dit was wel de laatste keer. Verdere details zal ik achterwege laten alleen dat de vrouw er op stond dat we de kamer cash zouden betalen en niet met een girobetaalkaart dus dat gaf ook weer stampij.
Maar nu genoeg gekletst, tijd voor het concert. Het zou beginnen met Strawinsky's 'Jeu de Cartes' maar om onduidelijke reden had de dirigent Ferdinand Leitner besloten Strauss' 'Der Burger als Edelmann' op het programma te zetten. Deze muziek heb ik op de plaat o.l.v. Rudolf Kempe maar de interpretatie van Leitner doet er niet voor onder. Zeer goed gespeeld vanmiddag, een genot om naar te luisteren. Leitner is geen dirigent van grote gebaren en overdreven pathetiek maar dit werk van Strauss, waarvan je zou denken dat het enorm veel vergt van de musici en dirigent, ging moeiteloos. De muziek is geweldig en toonde Strauss' verfijning op het gebied van orkestratie dat echter  niet kon verhinderen dat tegen het end de vermoeidheid bij mij toesloeg na zoveel verschillende klankkleuren.
Nadat we waren bijgekomen van dit 'geweld', kregen we het klarinetconcert van Mozart met als solist Piet Honingh in dit overbekende concert. Ik was van te voren niet enthousiast want je hoort dit werk zo vaak, dat er weinig nieuws onder de zon is. Een vergissing zo bleek al spoedig. Honingh wist er een voortreffelijke uitvoering van te geven (met muziek op de standaard, dat wel) en dat is nogal wat want de klarinet is in dit concert vrijwel continue 'aanwezig' en krijgt weinig rust. Eigenlijk is het een langgerekte cadens.
In de pauze heb ik de handtekening van Honingh gevraagd en gekregen. Die van Leitner heb ik na het concert gehaald op aanraden van iemand uit het Concertgebouworkest. Meestal trek ik me hier niks van aan maar ik weet niet meer waarom dit keer wel. Hoe dan ook, ik heb 'm en dat is belangrijkst.
Na de pauze een symfonie van Haydn wat even als de voorgaande stukken vlekkeloos werd uitgevoerd. Hier hoorde je dat de dirigent een uitgesproken voorkeur heeft voor Haydn en Mozart etc. want werken van Wagner en Mahler zijn volgens mij niet aan hem besteed. Ik kan me natuurlijk gigantisch vergissen maar wat ik probeer te zeggen is dat ik Leitner niet de Ring des Nibelungen zie dirigeren. Ik weet niet hoe ik er bij kom, het is een gevoel. Belachelijk natuurlijk want evengoed is het wel mogelijk en zul je zien dat de man binnenkort met alle symfonieën van Anton Bruckner op de proppen komt. En vervolgens het Gesamtkunstwerk van Wagner. Toch zou ik de voorkeur aan Haitink geven.
Na afloop hebben we gechineesd en met de trein van 19:00 terug naar hier.

Donderdag 18 december 1975 (G)

Vanavond met Henk (een jongen van kantoor) naar een concert geweest van de G.M.V. Frans Bruggen, Bob van Asperen en Anner Bijlsma speelden werken van Bach. Het moest dus wel storm lopen voor dit drietal want zo vaak komen deze musici niet langs. Er zaten veel jongelui in het publiek die waarschijnlijk kwamen voor Bruggen want hij is hot heden ten dage.
De G.M.V. had besloten het concert in de Grote Zaal te brengen maar ik moet zeggen dat het geluid van een klavecimbel, een fluit en een viola da gamba in zo'n forse ruimte enigszins gaat 'zweven'. Men heeft het commerciële aspect laten prevaleren boven het artistieke want als gevolg van het bovenstaande, viel het geluid zwaar tegen. De mooie intieme muziek van sonates en partita's  is geschikt voor een kleine ruimte en niet in de Grote Zaal. Men had zelfs stoelen op het podium gezet om iedereen een plaats te geven, dat zie je ook zelden. Er was dus ruime belangstelling.
Wij zaten ook op het podium en het was leuk om dit keer eens de zaal in te kijken i.p.v. andersom. Bruggen gaf een mondelinge toelichting op de uit te voeren werken maar daar was geen snars van te verstaan. Hij sprak naar de zaal toe en dus met de rug naar ons en dat was misschien de reden dat we er geen woord van konden horen. Gelukkig speelde hij snel na de inleiding sonate BWV 1035 want daar was immers het wachten op. De inzetten van Bruggen waren niet altijd even zuiver maar dat was snel vergeten door het mooie spel van de basso continuo. Wat is het toch verrukkelijk die muziek van Bach, groots! Het enige dat ik opving van Bruggen's betoog is dat van de zeven fluitsonates er eigenlijk maar drie van Bach zijn.
Toen ik de zaal betrad overkwam mij een schok der herkenning want het klavecimbel was geleend van Everdien Daanje (in het programmablaadje staat haar naam als uitlener) en het kon dus niet anders of zij moest er ook zijn. Dat bleek inderdaad het geval want in de pauze zag ik haar staan met die flapdrol van een Ebo die het slijm langs z'n bek keer op keer weg likte. Vieze man. Niettemin enige woorden gewisseld met haar en gevraagd naar de kinderen. Vroeg naar d'r toekomstplannen en ze vertelde dat ze een keer per week les had van Van Asperen en overwoog naar Den Haag te verhuizen. Ze vroeg hoe het mij verging en heb vanzelfsprekend gezegd dat het uitstekend ging en meer van die blabla. Had ook geen trek om in de pauze van het concert en in aanwezigheid van die kobold uitvoerig op haar vragen in te gaan. Ik bemerkte opeens dat de weerstand die ik de laatste maanden gevoeld had in onze relatie, weer kwam opzetten. Dat moeilijke gedoe dat zoveel mensen afstoot, dat nerveuze heen-en-weer bewegen, het onsympathieke gepraat waar ik me enorm aan geërgerd heb de afgelopen twee jaar. Gelukkig is het voorbij en de enige herinnering die over zijn gebleven zijn haar brieven die ik zorgvuldig bewaar en wat spullen uit de tijd van de stichting Ricercare toen ik nog dacht dat Everdien wereldberoemd zou worden als klavecinist en ik bereid was daar alle, alle moeite voor te doen. Die verering, die verafgoding haast is gelukkig voorbij.
Terug naar het concert: Bob van Asperen speelde het Italiaans concert ongelooflijk mooi. Daarna kregen we nog een fluitsonate BWV 1034 dat een heerlijke afsluiting was van een gedenkwaardig concert door drie topmusici van Nederlands bodem. Maar of de mensen achter in de zaal alles hebben gehoord, betwijfel ik.
Na het concert natuurlijk de handtekeningen gehaald van alle drie.

woensdag 26 augustus 2015

Woensdag 19 november 1975 (G)

Vanavond mer Robbert W. naar een concert geweest van het N.F.O. Twee premières deze avond voor de leden van het orkest t.w. de symfonie van Arriaga en de integrale uitvoering van 'El sombrero de tres picos' van Manuel de Falla. Men begon met de symfonie van Arriaga dat vervelende matte muziek is zonder enige diepgang of een opmerkelijk fragment. De componist heeft zeer goed naar Haydn geluisterd maar wat-ie daarna zelf maakte, is een slap aftreksel. Niks aan.
Het pianoconcert van Ravel zou gespeeld worden door Monique Haas maar wegens ziekte werd ze vervangen door Christina Ortiz die er werkelijk een verbluffende uitvoering van gaf. Hoe het toch mogelijk is dat iemand zo'n 'afgespeeld' werk als dit pianoconcert van Ravel als ware het nieuw vertolkt, zal altijd wel een raadsel blijven. Werkelijk uitmuntend spel en het is moeilijk onder woorden te brengen wat er dan door mij heen gaat. Ik zat vooraan en kon de handen van de soliste zeer goed zien, dat geeft toch een extra dimensie aan de verbazing. Ortiz speelde met een souplesse dat uniek was en een betere vervangster had het N.F.O. zich m.i. niet kunnen wensen.In een woord: uitmuntend!
In de pauze een praatje gemaakt met de soliste die Robbert en mij vriendelijk te woord stond. Dat leverde de gebruikelijke handtekening op,
Na de pauze het stuk van de Falla. De sopraan heeft een bescheiden partij, niet langer dan hooguit twee minuten. Het stuk opent met handgeklap en castagnetten en verderop een bonte mengeling van crescendo's maar naarmate het vorderde, vond ik het ook vervelender worden. Alleen in het laatste gedeelte wat inderdaad een finale! is, werd het iets boeiender. Daar heb ik ook met plezier naar geluisterd.
Na het concert zijn Robbert en ik naar The Duke gegaan en hebben daar Ypke ontmoet. Uiteindelijk ben ik met hem (Ypke) naar z'n kamer gegaan in de Aquamarijnstraat alwaar wij samen de nacht hebben doorgebracht. 't Was weer 'ouderwets' en ik laat  de eerdere bezwaren maar weer varen. Kom er niet los van lijkt het wel.
Lieve jongen.

zondag 23 augustus 2015

Woensdag 12 november 1975 (G)

Wat een geweldige ontdekking vanavond: de muziek van Guiseppe Verdi! Er komt in mijn ruime platenkast niet een enkele opname voor van zijn opera's terwijl ik ontdekt heb vanavond dat het geweldige muziek is! en ook nog geweldig uitgevoerd ook. Fantastisch was de sopraan Luisa Bosabalian, een geweldige stem, een fabelachtige beheersing en een voordracht om nimmer te vergeten. De zaal (volle bak gelukkig) was ook duidelijk ingenomen met haar en gaf na elk nummer staande ovaties. En dit keer volkomen terecht want ze deed ontzettend haar best.
De bas Hubert Waber mag er trouwens ook zijn. De tenor daarentegen  had z'n avond niet, hij zong met moeite de hoge noten, eerder een beetje binnensmonds. Het mooist vond ik de fragmenten uit Otello. Het publiek was zoals gezegd dankbaar en begroette de solisten en de dirigent Charles de Wolff steeds luidruchtig.
Ik zou zowat zeggen dat ik in de pauze handtekeningen heb gehaald van alle solisten waarbij Hubert Waber zo vriendelijk was de groeten er bij te schrijven.
Na het concert nog even naar The Duke geweest en daar B.M. ontmoet die ik al wel van gezicht kende maar nog nooit een woord mee wisselde. Ik nodigde hem uit bij me te overnachten omdat-ie de bus naar Veendam had gemist. Een erg mooie jongen trouwens die wat weg had van Ypke maar een totaal ander mens is. Godzijdank.
Hoop 'm nog is weer te zien maar erg waarschijnlijk is dit niet.

Maandag 10 november 1975 (G)

Met Ineke naar de Kleine Zaal geweest voor een recital door de tot Amerikaan genationaliseerde Joegoslaaf Eugene Indjic. Uitsluitend Chopin stond op het programma en het werden, zo bleek, de meest virtuoze. Het was de hele avond een grote stortvloed van techniek waarbij ik me afvroeg of het niet al te spectaculair was continue werken te spelen die stuk voor stuk de grenzen van wat mogelijk is, overschrijden. (Zelfs in de toegift kregen we een virtuoos werkje van Debussy en even later nog een van Chopin. Indjic was onvermoeibaar kennelijk).
Voor de pauze waarin een kleine verandering - de Berceuse verviel en werd vervangen door een Ballade - begon het direct al goed met de Fantasie opus 49 wat een geweldig werk is maar wat m.i. wel wat vergt van een pianist. De zaal reageerde enthousiast en klapte veel en hard. Toch had ik op een gegeven moment de indruk dat het misschien te veel was, een overmatig pedaalgebruik en een gebeuk dat pijn deed aan je oren zo nu en dan. Dit maakte de avond memorabel maar met de kleine kanttekening dat ik eventjes geen Chopin meer kan horen. Dit was te veel van het goede. De Poolse componist is prachtig maar de hele avond aan een stuk door...?
Na afloop van het recital zijn Ineke en ik naar de solistenkamer gegaan waar de pianist ons erg aardig te woord stond. Naast de gevraagde handtekening krabbelde hij nog een enkel vriendelijk zinnetje.

Woensdag 5 november 1975 (G)

Alleen naar de concertzaal geweest voor het NFO-concert. Het bestond uit werk van Strawinsky, Berio, een compositie van de soliste van vanavond Cathy Berberian en Janacek. Men begon met een beroerde uitvoering van 'Pulcinella'. Dat, tezamen met de Vuurvogel en sommige delen uit de Sacre, is nog wel te pruimen maar dan houdt mijn belangstelling voor deze componist echt op. Ik vind het in het algemeen zulke vervelende langdradige rot muziek, dat ik me moet beheersen de zaal niet te verlaten. De liederen die Berberian zong van Strawinsky waren afschuwelijk vervelend en ik weet hierover dan ook geen woord te zeggen. Wil ik ook niet want ik vind ze naar, een mens wordt
agressief van zoveel ongebreidelde onzin.
Berberian zou 'Chansons hebraique' van Ravel zingen maar op een bijgevoegd stenciltje werd meegedeeld dat dit niet door ging omdat de orkestpartijen niet op tijd waren gearriveerd. We konden in plaats daarvan genieten van een solo optreden. Dat geschiedde en je staat verbaasd over de fabelachtige techniek en de niet te geloven mimiek, kortom de indrukwekkende voordracht van Cathy Berberian dat vooral in 'Sequenza III" van haar man Luciano Berio een hoogtepunt bereikte. Keelgeluiden, klappen van de tong en een perfect stemgeluid maakte het optreden tot een onvergeetlijke.
Daarna een werk van Berberian zelf. Anders dan het voorafgaande was dit ietwat komischer maar haar stem werd weer optimaal gebruikt. Het was alles tezamen een prachtige gebeurtenis en ik ben blij er geweest te zijn. De zaal was slecht bezet maar toch lukte het de weinige aanwezigen de solist vier keer terug te roepen. Steeds als een toegift was beëindigd, klonk er weer een daverend applaus op in de zaal dat haar deed besluiten nog maar 'ns terug te keren. In de pauze heb ik de handtekening gehaald van deze fantastische vrouw.
Na de pauze twee fragmenten uit "Het sluwe vosje' van Janacek. De componist heeft een geheel eigen stijl die je overal in herkent. Ik hoorde vanavond delen uit Taras Bulba dat volgens mij zijn grootste werk is. De fragmenten werden overigens matig uitgevoerd.




Vrijdag 17 oktober 1975 (G)

Naar de kleine zaal geweest voor een optreden van het fameuze Orchestre de Chambre Jean-Francois Paillard o.l.v. himself. De zaal zat barstensvol wat niet zo vaak voorkomt maar dit keer dus wel. Het programma was populair als je tenminste Penderecki niet meerekent.
Het begon met het prachtig uitgevoerde Concerto Grosso opus 6 nr. 12 van Handel. Heerlijke muziek. Gevolgd door het oersaaie fluitconcert van C.Ph.E. Bach waar werkelijk geen eind aan komt. Abbie de Quant speelde weliswaar goed maar wel van papier. Geen ramp maar het concert is van een saaiheid die niet te verdragen is. De inzetten waren hier en daar 'krom' maar afgezien daarvan was een goede uitvoering. Het orkest begeleidde niet altijd even alert en dat werkt op den duur storend. Kennelijk was de repetitietijd te kort geweest.
Daarna kwam Han de Vries in het of een hoboconcert van Marcello. Met deze componist maakte ik vanavond voor het eerst kennis. Een beetje in de stijl van Corelli of Torelli, beetje 'muziek per meter', weinig boeiend kortom. De Vries kwam op, gaf z'n instrument aan de eerste violist en verdween onder algehele hilariteit om even later met een partituur terug te komen die aan de dirigent werd overhandigd. Toen kon het beginnen met De Vries als goede solist, die man weet heel veel fraaie klanken uit zijn hobo te toveren. Had 'm nog niet eerder gehoord maar was wel onder de indruk na deze eerste keer.
In de pauze de handtekeningen gehaald van beide solisten en dirigent. En toen snel terug voor het tweede deel van het concert dat begon met Penderecki. De muziek van de componist is niet zozeer mooi maar wel interessant. In deze Capriccio voor hobo en orkest werd door de strijkers niet alleen de snaren beroerd maar ook de kast. Vooral de bassen en celli moesten het 'ontgelden'. Met dit werk bleek de virtuositeit van De Vries. Het publiek applaudisseerde maar niet van harte denk ik.
Tot slot Tchaikowsky, zijn overbekende Serenade voor strijkers opus 48 met het overbekende 'Walzer'. Het werd mooi uitgevoerd en nu pas bleek het niveau van dit hechte ensemble. Als toegift speelde men een voor mij onbekend werkje.
Een goede muzikale avond was het, misschien sommige wat 'geijkte' muziek maar toch fijn om te horen.