dinsdag 13 oktober 2015

Dinsdag 13 april 1976 (G)

Vanavond met Sybren naar de schouwburg geweest voor 'Zomergasten' van Maksim Gorki. De tekst die nu volgt is van de hand van Sybren, de gastschrijver zeg maar.
"In 'Zomergasten' van Gorki is te merken dat de schrijver een een socialistisch getinte denker was. De tegenstelling tussen de rijke gasten die niets doen behalve rommel maken en de boswachters, maakt dit duidelijk, Ook het vraagstuk van de vrouwenemancipatie speelde een rol getuige de figuren die werden gespeeld door Anne-Wil Blankers en Ellen Vogel. De beide dames stalen de 'show', ze waren prachtig hautain en toch op de juiste momenten vol menselijk gevoel. Het hele stuk was trouwens opvallend goed, mooie kostuums, een fraai decor en een rolbezetting zonder zwakke punten. Samen met de tekst van Gorki, vol spitse dialogen, leverde dit een prachtige avond op".
Tot zover Sybren. Ik zou er nog aan toe kunnen voegen dat de ontevredenheid van al deze mensen met hun leven stuk voor stuk een uitvlucht zochten om het goed te praten en de meest wilde theorieën bedachten om achter het geheim te komen van wat het leven is.
Om Willem Jan Otten te citeren (Vrij Nederland, 27 maart 1976): De stemming is landerig, flirterig en vrijblijvend, de huwelijken zijn zonder uitzondering problematisch, de mannen vrijwel allemaal gezapig op het toppunt van hun carrière, en de vrouwen ontevreden en uitgekeken.
Een mooie avond toneel. In de pauze heb ik handtekeningen gehaald van Ellen Vogel en Anne-Wil Blankers. Ze waren beide reuze aardig en vroegen me hoe het stuk in de zaal ontvangen werd. Ook informeerden ze naar de verwarring die ontstond na het tweede bedrijf toen veel mensen de zaal verlieten omdat ze dachten dat het pauze was. Het was tegen half tien en dus zal het wel pauze zijn. Maar dat was verkeerd gedacht wand de pauze was na het derde bedrijf. Het pauzelampje gaf ook geen licht dus gewoon blijven zitten beste mensen.
Sybren en ik stonden trouwens ook al in de gang toen we hoorden van de garderobe-mevrouw dat we te vroeg waren.


maandag 12 oktober 2015

Vrijdag 9 april 1976

Met Pim Witteveen naar Midwolde gegaan voor een lezing van Hanny Michaelis, de/een ex van Gerard Reve. Ik heb na deze avond de indruk dat het aan de Grote Volksschrijver is te danken dat Hanny bekendheid geniet, zij het in kleine kring. Michaelis was van 1948 tot 1959 getrouwd met Reve.  Ze leerden elkaar kennen in 1947 bij de uitreiking van de Geerligsprijs, die dat jaar was toegekend aan Van het Reve, en waarbij Michaelis een eervolle vermelding kreeg. In 1963 maakte ze de vertaling van Reve's bundel The acrobat and other stories onder de titel Vier wintervertellingen. Het huwelijk werd ontbonden toen Reve ervoor koos voor zijn homoseksualiteit uit te komen en met een man te gaan samenleven. Ze bleven wel zeer goed bevriend.
Het werd een gedenkwaardige avond met dank aan het verwaande publiek en niet aan de uitgenodigde gast.
We kwamen rond kwart over acht aan bij de Literaire Kring Leek waar de voorzitter al begonnen was aan zijn openingswoord. In de kerk zaten welgeteld 18 mensen waarvan 14 bezoekers, de voorzitter, Pim en ik en niet te vergeten de onvoorstelbare flapdrol die Kooistra heet. De sfeer was merkwaardig en tegelijkertijd lachwekkend. Hanny trok zich er niks van aan en begon opgewekt haar gedichten te declameren uit de bundels met opvallende titels als daar zijn "Klein voorspel", "Tegen de wind in" en "Wegdraven naar een nieuw utopia". Hoe verzint een mens het: "Klein voorspel" daar heb ik wel wat gedachten bij maar die ga ik deze map niet toe vertrouwen.
Toen Hanny op dreef begon te komen en inmiddels het vierde gedicht uit haar keeltje had geperst, was er al iemand (later bleek dat de fluim Wouter heette) die allerlei moeilijke vragen begon te stellen over het verval in jouw poëzie wat een andere bezoeker (van de achttien stuks) deed verzuchten dat het misschien beter was de dichteres eerst haar werk te laten doen en dan pas vragen te stellen. Intelligente man.
Nou dat deden we dan maar. Ze kakelde maar door en kwam tenslotte tot een 10tal 'werken' waar we Godzijdank een kop koffie bij kregen uit een versleten thermoskan. Het was weer ouderwets. Het kopje koffie dat Kooista beschreef in de uitnodiging als "smakelijke verrassing" was niet waar want deze bocht was niet te drinken. Een mens lijdt wat af op dergelijke avonden.
Tot overmaat van ramp kwam na Hanny een zekere Reinder Hovinga ook nog aan het woord terwijl Michaelis, moe en uit gestreden, druk bezig was haar bundeltjes zorgvuldig in de tas te stoppen. Deze plaatselijke 'grootheid' las een hoofdstuk uit een nog te verschijnen boek. Een lulverhaal dat ik met een nauwelijks te onderdrukken glimlach heb aangehoord (aan moeten horen). Deze man heeft een typisch Groninger kop, gedegenereerd en dientengevolge afschrikwekkend. Oerlelijk kun je het ook noemen maar mijn mildheid vierde vanavond de boventoon en dat deed me besluiten, nu een dag later tijdens het schrijven van deze 'recensie', dit te laten rusten. Maar oerlelijk is-ie wel, jeetje. U kent dat wel, te kleine oorlellen, een los zittende en daardoor 'slippende' bovenprothese en kleding die duidelijk te heet gewassen is. Vaal en weerzinwekkend, zoals de man zelf.
Hovinga had er kennelijk zin in want het verhaal kwam maar niet tot een slotakkoord. Minutenlang (en dat duurt lang als je jeuk hebt van ongeduld) zeverde dit mislukte kind van een neanderthaler door en er kwam maar geen eind aan. De man raakte ogenschijnlijk enthousiast, hapte naar adem maar herstelde zich vliegensvlug om vervolgens zijn oeverloze gekrakeel onverminderd door te zetten. Een kwelling, dat kan ik de lezer verzekeren.
We dachten dat de avond wel voorbij zou zijn na deze groteske onzin, maar niets was minder waar. Hanny kwam voor de tweede keer voor ons zitten - er waren inmiddels twee bezoekers vertrokken dus waren er nog 16 over - en bracht nog een vijftal gedichten over het voetlicht waarna ze definitief de brui er aan gaf en 'open' stond voor vragen en/of aanmerkingen. Haar werk betreffende, dat heeft u wel door.
Het gesprek wat volgde tussen haar en de overige bezoekers, kan ik hier niet weergeven. De onnozelheid was zo belachelijk, dat een fatsoenlijk mens er het schaamrood van op de kaakjes kreeg. "Maakt het jou wat uit wanneer je je poëzie schrijft? ik bedoel (ik bedoel...), is het tijdsgebonden qua dag of nacht?" en meer van die ergerlijke vragen. Hanny hield zich echter groot en gaf op elke vraag, hoe dom ook, antwoord. Die waren van hetzelfde niveau als de vragen dus dat scheelt weer.
Eindelijk was het voorbij, dank u Heer. We kregen van Kooistra de uitnodiging mee te gaan naar zijn met boeken volgestouwde huis en zo kwam het dat we gevieren, de gastheer, Hanny, Pim en ik, in een veel te kleine auto naar Leek reden. Aangekomen bleek al snel dat er behalve koffie (hier ook al) geen druppel te drinken was. Geen wijn of andere versnaperingen waar een mens dringend behoefte aan heeft na zo veel ellende."Wij zijn geheelonthouders" zei Kooistra hitsig en zag zijn vrouw instemmend knikken. Geil stel waarvan eentje duidelijk in de overgang. En, ik kan het niet helpen, zij is een frappant voorbeeld van een remedie tegen de liefde want is zo lelijk als de nacht. Heb de neiging me een beeld voor te stellen wanneer ik dat soort mensen tegen kom: hoe zouden ze de liefde bedrijven? vraag ik me dan af. Toegegeven, het is een tic maar wel een leuke.
Hanny zei nog tijdens de afterparty "dat mijn werk toch ook wel een beetje geëngageerd is, bedoel ik" waar Pim en ik tijdens de terugrit hartelijk om hebben gelachen. Zal Michaelis in haar hotelbed ook wel hebben gedaan over die domme en pretentieuze Groningers in Midwolda onder leiding van Jan Kooistra.

zaterdag 10 oktober 2015

Zondag 4 april 1976 (G)

Vanochtend met Ineke naar Amsterdam vertrokken voor het eennalaatste concert in de serie Z van dit seizoen. Tegen enen waren we in mijn geliefde stad en haastten ons direct richting Concertgebouw waar we keurig op tijd waren. Heerlijk!
Het concert werd eindelijk weer 'ns geleid door niemand minder dan Bernard Haitink. Men begon met de 'Treurmuziek' bij de dood van Uilenspiegel uit de dramatische legende 'Thijl' van Jan van Gilse. Weinig indrukwekkend die we beide vervelend vonden en we verlangden naar het slotakkoord. Dat kwam snel Godzijdank. Pretentieuze muziek van een Hollandse 'componist' met gekke effecten van pauken, tuba's etc. die een melodie voortbrengen die omlijst wordt door strijkers. Oersaai.
Tot overmaat van ramp kwam daarna de Symfonie in drie delen van Strawinsky waarvan het eerste nog te harden is maar de overige twee - opgeblazen gedoe met moeilijke passage's voor fluit en lawaaierige hobo's - was ouderwets irritant. Moet het nog leren waarderen deze muziek van S. maar ik vrees dat dit de eerste honderd jaar niet gaat lukken.
Na de pauze de solist van dit concert, de violist Boris Belkin en wel in het 1ste concert voor viool en orkest van Niccolo Paganini. Ik had achteraf de indruk dat de inleiding van het concert niet helemaal werd uitgevoerd want op de plaat is die veel langer. Of ik moet me vergissen, het kan zijn dat op de grammofoonplaat de inleiding Da Capo wordt gespeeld en vanmiddag niet. Toch klinkt het allemaal zo onwaarschijnlijk. Vreemde ervaring. Belkin speelde niettemin virtuoos, zat er wel eens naast (vooral in het Rondo, derde deel) maar over het algemeen was het verfijnd en toch dramatisch zonder uiterlijk vertoon en met de volledige klank van de viool in alle mogelijke kleurvariaties.
Een hard en uitbundig applaus voor deze jonge Rus die vier keer terug kwam. Eindelijk was het rustig en toen ben ik vlug naar de solistenkamer gelopen waar ik Belkin beheerst vloekend aantrof tegenover zijn impresario (zo bleek). Hij vond dat-ie niet goed gespeeld had en was, ondanks tegenwerpingen van een aantal aanwezigen, niet te vermurwen.
Inmiddels was het orkest al begonnen aan Ravel's Bolero terwijl ik nog steeds in de solistenkamer stond. Want ik had de handtekening nog niet die uiteindelijk, met duidelijke tegenzin, wel in het programmaboekje werd gekrabbeld. Heb toen in de gang door een kijkraam in de deur waar de dirigent en solist door heen komen naar de trap die naar het podium gaat, het daverende slot van de Bolero gehoord en gezien. Haitink was met deze compositie weer helemaal op dreef en het werd werkelijk een onvergetelijke uitvoering van dit magistrale werk. Dat was ook wel te merken aan het publiek want het geschreeuw en gejuich was oorverdovend!
Na het concert zijn we naar café Eylders op het Leidseplein gegaan waar we hadden afgesproken met Otto Dubois die pas om half zes kwam opdagen terwijl hij een uur eerder had gezegd te komen, half vijf dus. Na wat heen en weer gepraat besloten Ineke en ik de trein te nemen van 18:30 naar Groningen met een tussenstop in Hilversum voor een maaltijd (chinees). Dat moest kennelijk zo wezen want op de terugweg zat er een aardige 17-jarige jongen tegenover ons die vertelde in dienst te zitten in Appingedam. Automonteur was-ie en hij heet Koenraad Ham, bescheiden en aardig kereltje, jammer dat ik in gezelschap was. Stuur hem wel een kaartje.

maandag 5 oktober 2015

Donderdag 1 april 1976

Met Pieter Jan naar het concert geweest van het Amsterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Anton Kersjes. Er is iets met deze man, kan het niet uitleggen maar 'dirigent'..? ja wat voor dirigent? Het is vlees noch vis. Een kleurloze man die de eigenschap heeft volkomen onopvallend te zijn en dat voor de onvervalste 100%. Knap.
Het N.F.O. heeft kennelijk een poosje rust en houdt zich nog uitsluitend bezig met schoolconcerten en vraagt in deze periode gastorkesten en dat resulteerde dus in het Amsterdams Philharmonisch dat voor de tweede keer dit seizoen optrad.
Pieter Jan en schrijver dezes zijn voor het concert gaan eten in De Kar. Daarna zijn we gaan wandelen naar het cultuurcentrum en troffen daar een half-volle zaal aan. Jammer. Het programma was best de moeite waard. 'De verkochte bruid' van Smetana is een heerlijke binnenkomer, ongecompliceerde en lichtvoetige muziek dat goed werd uitgevoerd. Er knapte een snaar van het instrument van de eerste altviolist en bekomen van de schrik, speelde hij even later stug door. Hoe dat kan is me een raadsel want er zitten toch maar vier snaren op en je kunt dus kennelijk ook op drie snaren spelen. Vreemd.
Na Smetana het vioolconcert van Brahms met als solist Liana Isakadze. Een redelijke uitvoering is het enige dat hiervan te zeggen is. Er haperde hier en daar wel wat, 'foute' inzetten en muzikaal gezien geen hoogstandje. De woeste romantiek in dit concert van Brahms ontbrak geheel en dus kunnen we rustig stellen dat de violiste de noten speelde maar niet meer. Het orkest begeleidde trouwens opvallend goed maar een onvergetelijke uitvoering wilde het maar niet worden. Je hebt musici die zo'n concert een geheel nieuwe dimensie geven - ondanks dat je het al 100x hoorde bijvoorbeeld - maar dat was vanavond niet het geval. Zoals ik al zei, het stond er allemaal wel maar het vuur ontbrak, En daar leent zich dit vioolconcert wel voor. Niet goed, niet slecht, zoiets.
In de pauze zijn Pieter Jan en ik op mijn voorstel vertrokken want ik had beslist geen zin in Stravinsky. Ik heb een hartgrondige hekel aan deze Rus en ben meestal niet in de stemming om zijn muziek aan te horen. Nu dus ook niet.
Na het verlaten van het perceel is Pieter Jan zijns weeg gegaan en ik richting The Duke waar ik Roel trof. Na een pilsje of twee/drie zijn we getweeën naar de K. Elleboog gelopen voor een afzakkertje. Frans B. zat er ook en ik had verwacht dat-ie na onze laatste aanvaring wel van leer zou trekken maar neen hoor, de man was mild en vriendelijk en sprak de historische woorden "dat alles weer vergeven en vergeten wordt". Duidelijke taal.
Ik was op mijn beurt natuurlijk de goedheid zelve en bracht een toast uit op zijn (brakke) gezondheid. Wou aanvankelijk in z'n gezicht kakken maar keerde op mijn schreden terug als u snapt wat ik bedoel. Toch maar een beetje minder intensief dan voorheen qua omgang, dat lijkt me het beste...


vrijdag 2 oktober 2015

Donderdag 25 maart 1975

Naar de kleine zaal geweest vanavond voor een optreden van de Deutsche Bachsolisten o.l.v. Helmut Winschermann en Max van Egmond als bariton. De 'moderne' uitvoeringspraktijk van de werken van Bach dat tegenwoordig zo gebruikelijk is, is bij dit ensemble ver te zoeken. De muziek wordt 'zoetjes' gebracht en dat irriteert op den duur, reden voor mij om het perceel in de pauze te verlaten want het was niet meer te harden. Het gedoe om de authenticiteit van Bach en de trivialiteit die dit (soms) met zich meebrengt bij de uitvoerenden is discutabel maar de manier waarop Winschermann en zijn trawanten de boel op het podium brengen, is tenhemelschreiend. Hoe kan men in deze tijd verwachten volle zalen te trekken met een dergelijk geijkt programma als dat van hedenavond? Een programma met uitsluitend Bach vereist, zeker als de bekende werken worden gespeeld, een frisse aanpak en een uitvoering die de bezoeker op z'n plaats houdt en nieuwsgierig naar wat nog meer komen gaat. Men opende met delen uit 'Die Kunst der Fuge' wat op zich mooi was omdat je het zelden hoor voor een strijkersensemble - immers wordt met meesttijds gespeeld op een solo instrument als klavecimbel, orgel en zelfs piano - en dat bleek achteraf het hoogtepunt van deze korte avond.
Daarna Van Egmond is de cantate "Ich habe genug" die ik al vele malen heb gehoord met Fischer-Dieskau op een plaatopname. Dus was ik benieuwd hoe de solist van vanavond het er van af zou brengen en gezegd moet worden: goed. Zijn stem wordt steeds fraaier maar ook hier werd deze overschaduwd door de beroerde begeleiding. Het is alsof de D. Bachsolisten er geen zin in hadden want het klonk allemaal vreselijk steriel en obligaat. Snel vergeten dit concert.
In de pauze heb ik even gekeken naar de expositie van boeken uit de collectie van Jan Kooistra in Leek. Werkelijk een prachtige verzameling, echt ongelooflijk. Hij verzamelt hoofdzakelijk Duitse bibliofiele uitgaven en die zijn stuk voor stuk jaloersmakend mooi. Kooistra is een rare overspannen man die zijn verzamelwoede niet in de hand heeft want hij lijdt er onder dat-ie bepaalde titels mist en je zou zeggen het zijn maar boeken maar dat kan hij niet, relativeren komt in zijn (woorden-)boek niet voor. Vreemd dat je zo behept raakt met De Dingen dat het je leven bepaalt en geen oog meer hebt voor andere zaken.

zondag 20 september 2015

Zondag 21 maart 1976 (G)

Zaterdag met de trein van kwart over vier naar Amsterdam vertrokken. Dit weekend was er een concert in de hoofdstad in de serie Z (nr. 6) van het Concertgebouw. Daar over later mee, eerst een verslag van de belevenissen deze 20ste maart waarop de lente begon. Dat was niet te merken want het was berekoud.
Ik had om 19:30 afgesproken met Jacques Asselman die werkzaam is bij boekhandel Athenaeum op het Spui waar ook goede vriend Otto als boekverkoper rondloopt. Als je iets aan de man brengt dan ben je een verkoper, maar bij boeken wordt dat er altijd bijgezegd: boekverkoper. Vreemd.
Jacques is een uitgeverij begonnen die hij Hagelwit heeft genoemd (als tegenhanger voor de feministische uitgeverij De Bonte Was) en heeft inmiddels een paar dichtbundels gepubliceerd die niet opvallen vanwege kwaliteit of papiersoort want ze zijn schandalig lelijk uitgegeven. Van Doorn en Van Griensven zijn twee auteurs uit zijn 'stal'; laatstgenoemde is de A.v.G. die vaak in de bundels van Hans Warren voorkomt.
Om half acht trof ik Asselman in het nieuwscentrum en na de gebruikelijke rondleiding, zijn we gaan eten en drinken en vooral dat laatste rijkelijk. Ben niet zo'n eter. Talloze nieuwtjes gehoord over Johan Polak en zijn vriendje. Reve kwam ook nog even ter sprake en Asselman diste het ene na het andere smakelijke verhaal op. Of het allemaal op waarheid berust doet niet ter zake, wel dat het amusant is. Na de maaltijd zijn we gaan slapen want de volgende dag ging ik naar het Concertgebouw voor een concert dat om 14:15 begon. Heb alleen de twee stukken voor de pauze gehoord en toen snel terug met de trein naar Groningen omdat ik perse het Publiekstheater wilde zien in de schouwburg. 'Met gesloten deuren' van Sartre en 'De meiden' van Jean Genet. De eenakter van Sartre ging trouwens niet door want, zoals een blaadje vermeldde, was Ton Lutz ziek geworden. Dus alleen 'De meiden'. Jammer want ik had over het stuk van Sartre alleen maar lovende kritieken gelezen. Dat gehaast was dus achteraf voor niks, trein in trein uit, rennen van het ene gebouw naar het andere....gekkenwerk!
Terug naar het concertgebouw (waar ik Ineke trof die dit seizoen ook een abonnement heeft genomen): een ietwat matte 'Haffnersymfonie' van Mozart o.l.v. van de dirigent Jean Fournet. Ik vind dit niet een van zijn mooiste symfonieën en dat kan de reden zijn dat de uitvoering niet veel indruk maakte. Wat wel indruk maakte was het pianoconcert van C.M. von Weber  dat voor de eerste keer in Amsterdam klonk en wel door Malcolm Frager. Een werk met duidelijke Mozart-invloeden. Het lijkt me razend moeilijk om dit werk te spelen vooral na het lezen van de toelichting in Preludium  waarin staat dat Weber erg grote handen had en zodoende brede akkoorden kon toveren uit de piano die niet elke pianist heeft. Iemand met minder imposante handen laat dit concert waarschijnlijk in de la liggen omdat het eenvoudigweg niet is uit te voeren. Het publiek was echter vol lof over Frager die duidelijk geen enkele moeite had de juiste toetsen te beroeren want het werd een virtuoze uitvoering.
In de pauze de handtekeningen gehaald van dirigent en solist en toen dadelijk vertrokken naar het CS om naar Groningen te reizen. De gedeelten na de pauze heeft Ineke wel gehoord (Chausson en Enesco).
Ik had al geschreven dat we bij aankomst in de schouwburg te horen kregen dat Ton Lutz ziek was geworden. Het publiek werd voor de keuze gesteld of het geld terug te krijgen of een reductiekaart te krijgen voor een andere voorstelling. Dat hebben we dan maar gedaan.
Alleen dus De meiden vanavond en wat nog niet eerder gebeurde, gebeurde hedenavond: Sybren en ik hebben de zaal verlaten. Het stuk handelt over twee dienstmeiden die snode plannen smeden om hun Mevrouw van het leven te beroven. Dat ging gepaard met een oorverdovend geschreeuw dat op de zenuwen begon te werken en dat ons deed besluiten de zaal te verlaten en huiswaarts te gaan. We waren ook moe en dat zal mede de reden zijn geweest dat we De meiden De meiden lieten.
Twee x cultuur op een dag is ook een beetje te veel; daarom is weekend minder 'gedenkwaardig' verlopen als ik me aanvankelijk had voorgesteld. De moeheid sloeg genadeloos toe.

zaterdag 19 september 2015

Vrijdag 19 maart 1976 (G)

Met Sybren naar de schouwburg geweest voor een opvoering van de opera 'L'Erismene' van de voor mij onbekende componist Pier Francesco Cavalli. Degenen die er niet waren hebben wat gemist want het was ongelooflijk grappig en vermakelijk.
De zaal was de helft gevuld. Zelden heb ik zo'n leuke opera gezien waar we uitbundig om moesten lachen. De solisten hadden er zelf ook duidelijk zin in tijdens deze laatste opvoering want men kon aan het end nauwelijks nog zingen. Ze hadden een lol en verdraaienden de teksten en de melodieën. Al met al erg leuk.
Het verhaal is erg simpel maar dat geldt eigenlijk voor de meeste opera-libretti. Geliefden die elkaar niet kunnen vinden wegens allerlei intriges, prinsen en prinsessen die van overspel hun hobby maken en daar tussen door een hoop drukte. Wat dat betreft doet het het hier en daar denken aan John Lanting maar dat durf ik niet hardop te zeggen. Uiteindelijk eindigt alles in een happy end en wordt het nog een vrolijke boel.
Glansrollen waren m.i. Mary Burgess (Erismena), Paul Esswood (Orimeno), Carole Bogard (Aldimira) en Herbert Beattie (Erimante). In de pauze ben ik naar achteren gelopen om de handtekeningen te halen van de door mij zo bewonderde Esswood, Burgess, Beattie en niet te vergeten John Ferrante die de travestierol speelde van Alceste en dat uitmuntend deed.
Het publiek, ik denk zo'n 300 man, reageerde enthousiast en sommigen riepen Bravo! dat aanleiding was wel zo'n 8 a 9 keer terug te keren op het toneel. Ik zou haast verzuimen te zeggen dat de begeleiding van de musici - w.o. La Petite Bande - in goede handen was van Alan Curtis.
Na de voorstelling die pas om half twaalf was beëindigd, zijn Sybren en ik nog een pilsje gaan drinken in een bar op het Zuiderdiep. Daar ontmoetten we volgens afspraak Pieter Jan de Groot en Ineke.
Morgen naar Amsterdam.