Vanavond naar het concert geweest in het cultuurcentrum. Het is altijd de volgende dag dat ik mijn verslag schrijf en nu dus ook. Heb vanochtend een grote domper (bij Ineke overnacht) en hoewel ik zin had in de dag en vroeg ben opgestaan, was de frisse moed snel verdwenen en maakte plaats voor een vervelend gevoel. En dat alles om een foto van Hans Warren. Wat wil het geval: tijdens mijn laatste bezoek aan Kloetinge liet Hans me een paar foto's zien die gemaakt werden door Nico van Keulen. Had hem (Van Keulen dus) geschreven en gevraagd om een kopie van een paar foto's maar dat wekte boosheid op bij de dichter want ik kreeg een ongekend felle brief toen hij op de hoogte werd gesteld door de fotograaf van mijn verzoek. Hij dreigde zelfs de vriendschap op te zeggen en dat alles om een foto! Het is niet te geloven dat een onschuldige vraag tot zoveel misverstanden kan leiden en dat vond en vind ik buitengewoon vervelend. Vandaar dat het gevoel van vanochtend plaats maakte voor een verdrietige want het was nimmer mijn bedoeling hem zo in de gordijnen te jagen. Ik was ook niks van plan met de foto of foto's maar wilde ze gewoon hebben voor mijn collectie Warren. Nou ja, snel uit de hersenpan verwijderen en het concert van gisteren naar boven halen want door alle commotie zou ik dat haast vergeten.
Het concert begon met 'Simple Symfonie' van Benjamin Britten. Erg fraai. Oorspronkelijk voor een amateurorkest geschreven (wist Peter Blom me te vertellen) maar te moeilijk voor amateurs om uit te voeren. Vooral het tweede en vierde deel valt op door de vergelijking en overeenkomst met 18de eeuwse muziek. Tenminste daar lijkt het wel zo nu en dan op.
Daarna Schumann's pianoconcert waar ik niet vreselijk dol op ben. Vooral het 2de deel is vervelend (Intermezzo) en slaapverwekkend. Maar het werd vanavond wel bijzonder mooi uitgevoerd door een gaaf spelende Ilana Vered en de matig begeleidende Hubert Soudant. Echt een dirigent van de tweede garnituur als ik zo mag uitdrukken. De man maakt geen indruk, niet als dirigent en zeker niet door zijn dirigeerstijl want aan stijl ontbreekt het ten ene male, De man zwaait maar wat en hoopt dat de HH musici dat begrijpen want als dat niet het geval zou zijn, werd het een kakofonie van georganiseerde herrie. Neen, een matige dirigent en je vraagt je af van het NFO met zo'n minkukel op de bok aan moet. Vooral in het eerste deel kon je duidelijk horen dat Soudant moeite had de boel bijeen te houden en dat gedoe was te gênant om te zien.
In het derde en tevens laatste deel waas Vered goed op dreef. Uiterst muzikaal maar ook hier viel op dat er weinig sprake van eensgezindheid . Het werd een kwestie van hollen of stilstaan, vriezen of dooien en er bleven slechts happen, brokken en scherven over. Het werd een onthutsende ervaring: Schumann te horen met zon gebrek aan affiniteit. En dat lag m.i. niet aan de soliste maar aan het NFO dat het onder Soudant niet lukte een lijn te trekken. Jammer dat Vered zo haar best deed maar keer op keer merkte dat het orkest er maar wat achteraan sjokte.
In de pauze even met haar gepraat en een handtekening gevraagd en gekregen. Wilde nog wat zeggen over de beroerde begeleiding van het orkest maar hield me in. Ze lachte en was erg vriendelijk. Dat weerhield me.
Na de pauze Ravel's 'Daphnis et Chloe', een geweldig werk van deze kleine grote componist. Ik moet zeggen dat het tweede deel goed uitgevoerd werd onder Soudant en het was alsof de man wakker was geworden en plotsklaps besefte dat-ie voor een orkest stond. Opeens was er sprake van een spannende uitvoering met pianissimo spelende blazers, schitterende strijkers en uitgekiende fraseringen. De uitzinnige orgie van het slot was indrukwekkend met z'n felle climaxen om vervolgens weer ijl en broos te klinken. Vreemd dat het eerste deel van dit concert zo teleurstellend verliep en het slot gedenkwaardig. Je blijft je verbazen.
Morgen Satie.
dinsdag 29 maart 2016
maandag 28 maart 2016
Dinsdag 12 oktober 1976
Met Jan en Ineke naar de Kleine zaal geweest van De Oosterpoort voor een recital dat gegeven werd door de keihard spelende Jorge Bolet. Wanneer de man in Amsterdam speelt is de zaal vol. Kaarten zijn in een paar uur uitverkocht maar hier nauwelijks 200. Ruim plaats dus voor die engerds Dikke Leuter (D. Leutscher) en Maria Stroo. Wat zijn dat vreselijke mensen, wat een ijdeltuiterij. De 'gegoede' burgerij in een klein provinciestadje...vreselijk! En dan heb je nog vriendinnetje Renske Koning, muziekrecensent van het Nieuwsblad en zie daar: het stel is compleet. Ze lopen rond met een verbeelding die stinkt als de pest en kijken voortdurend om zich heen of ze wel bekeken worden. Alle drie zo lelijk als 't maar kan dus daar krijgt een fatsoenlijk mensen geen dorst op. Slecht soort.
Maar goed, dit stukje is niet geschikt om onvrede op te schrijven over de bezoekers maar het pianospel van een der grootste pianisten van dit moment te becommentarieren. Voor deze map, dit dagboek want daar begint het langzamerhand op te lijken.
Dat Bolet een hele grote is (pianist), was meteen te horen aan de sonate nr. 52 van Haydn waarmee hij opende. Mijns inziens een van de weinige interessante sonates; de meeste zijn saai maar juist deze niet. Vooral het Adagio was zeer fraai en Bolet speelde opmerkelijk terughoudend. Zo simpel en tegelijk zo compleet. Dat was goed gekozen want daardoor won het juist in kracht. Het was van korte duur want na dit deel ging hij weer tekeer in de Finale (Presto) en werd het weer een grote brei. Frappant dat de man zo ongenuanceerd? speelde, ik had me dat van te voren anders voorgesteld.
In 'Carnaval' van Schumann, prachtig trouwens, waren eveneens de momenten van fijn en bedaard pianospel ver te zoeken. Er waren natuurlijk kippenvel momenten bij maar over 't algemeen genomen gunde hij de noten geen rust en raffelde het af. Leek het wel. Het was een waterval af en toe en dat bracht verwarring.
In Brahms tenslotte (dat het hoogtepunt van de avond was) viel vooral het 4de deel op. Hier was Bolet op dreef en speelde schitterend. De gekunstelheid van dit deel (Finale) vraagt om een ferme aanpak en dat was aan de pianist wel besteed. Wel viel op dat Bolet dol is op de pedalen die onderaan een vleugel zitten want het klonk toch allemaal wel erg luid ondanks dat er momenten waren van grote schoonheid. Aan techniek ontbreekt het de man ook niet maar misschien had-ie z'n avond niet. Die mensen reizen van stad naar stad - die komen nog eens ergens - en je kunt niet verwachten dat alle pianoavonden dan hoogtepunten worden. We hadden in Groningen de pech dat het niet fantastisch was maar dat neemt niet weg dat het wel een hele grote pianist is.
Als toegift Chopin (nocturne) en als tweede nog een Etude van dezelfde componist (dachten Jan en ik). Hij speelde nog een derde maar ik heb geen idee wat dat was. En nog een vierde zelfs maar dat kende ik ook niet. Wel een erg virtuoos hoogstandje!
Ben benieuwd wat Koning er morgen in de krant over schrijft.
Maar goed, dit stukje is niet geschikt om onvrede op te schrijven over de bezoekers maar het pianospel van een der grootste pianisten van dit moment te becommentarieren. Voor deze map, dit dagboek want daar begint het langzamerhand op te lijken.
Dat Bolet een hele grote is (pianist), was meteen te horen aan de sonate nr. 52 van Haydn waarmee hij opende. Mijns inziens een van de weinige interessante sonates; de meeste zijn saai maar juist deze niet. Vooral het Adagio was zeer fraai en Bolet speelde opmerkelijk terughoudend. Zo simpel en tegelijk zo compleet. Dat was goed gekozen want daardoor won het juist in kracht. Het was van korte duur want na dit deel ging hij weer tekeer in de Finale (Presto) en werd het weer een grote brei. Frappant dat de man zo ongenuanceerd? speelde, ik had me dat van te voren anders voorgesteld.
In 'Carnaval' van Schumann, prachtig trouwens, waren eveneens de momenten van fijn en bedaard pianospel ver te zoeken. Er waren natuurlijk kippenvel momenten bij maar over 't algemeen genomen gunde hij de noten geen rust en raffelde het af. Leek het wel. Het was een waterval af en toe en dat bracht verwarring.
In Brahms tenslotte (dat het hoogtepunt van de avond was) viel vooral het 4de deel op. Hier was Bolet op dreef en speelde schitterend. De gekunstelheid van dit deel (Finale) vraagt om een ferme aanpak en dat was aan de pianist wel besteed. Wel viel op dat Bolet dol is op de pedalen die onderaan een vleugel zitten want het klonk toch allemaal wel erg luid ondanks dat er momenten waren van grote schoonheid. Aan techniek ontbreekt het de man ook niet maar misschien had-ie z'n avond niet. Die mensen reizen van stad naar stad - die komen nog eens ergens - en je kunt niet verwachten dat alle pianoavonden dan hoogtepunten worden. We hadden in Groningen de pech dat het niet fantastisch was maar dat neemt niet weg dat het wel een hele grote pianist is.
Als toegift Chopin (nocturne) en als tweede nog een Etude van dezelfde componist (dachten Jan en ik). Hij speelde nog een derde maar ik heb geen idee wat dat was. En nog een vierde zelfs maar dat kende ik ook niet. Wel een erg virtuoos hoogstandje!
Ben benieuwd wat Koning er morgen in de krant over schrijft.
zondag 28 februari 2016
Zondag 3 oktober 1976 (2x)
Vanmorgen teruggekeerd uit Helmond en om twaalf uur gearriveerd in mijn geliefd Amsterdam voor het eerste concert in de serie Z (nr. 1) dat om 14:15 uur begon. Wat gewandeld en opeens was daar Jacques (Asselman) die ik helemaal niet gezien had maar leuk was het wel dat-ie plotsklaps voor me stond. We hebben wat wijn gedronken om vervolgens samen richting het Concertgebouw te lopen waar ik exact op tijd aankwam en mijn plaats op het balcon rij 4 nr. 105 opzocht. Ineke was inmiddels ook gearriveerd en was eveneens verheugd dat het nieuwe seizoen aangebroken was.
Het concert opende met de weinig gespeelde symfonie KV 202 (1774) van Mozart. Fraaie muziek waarvan je je afvraagt waarom het zo lang duurde voor dat het op de lessenaar stond. Daar zullen we wel nooit antwoord op krijgen. Maar wel heerlijk dit werk van een jonge Joannes Chrysostomus Wolfgangus Theophilus Mozart. Want zo heet-ie voluit (las ik ergens).
Na Mozart weer Mozart en wel diens laatste pianoconcert KV 595 uit 1791 met als solist Emil Gilels. Fantastische uitvoering door zowel het orkest (natuurlijk o.l.v. die geweldige Haitink) als de solist. Vooral het fraaie derde deel werd het hoogtepunt hoewel een kleiner orkest hier misschien beter was geweest. Het was wel erg overweldigend met een volle bezetting en als de strijkers waren beperkt tot bijvoorbeeld 24 i.p.v. 40, dan had het iets vriendelijker geklonken. Iets bescheidener bedoel ik. De verhouding was enigszins verstoord en dat hoorde je omdat Gilels uiterst intiem speelde, fluisterend zacht hier en daar en dat was een beetje in tegenspraak met het volledig bezette orkest. Het is maar een detail maar beslist geen storende.
Toen was Brahms aan de beurt en wel met z'n derde symfonie, ook wel de 'intieme' genoemd. Het is mij tot nu toe ontgaan wat er zo intiem aan is maar ik zal wel niet goed geluisterd hebben. Vele keren hoorde ik deze symfonie en wist dat het prachtig en indrukwekkend was maar intiem? Maar goed, het werk kreeg onder Haitink een overweldigende uitvoering die me nog lang zal bijblijven. Vooral het derde deel 'Poco allegretto' klonk zo indringend, dat ik zowat met m'n rug in de fauteuil vast geplakt zat. Ben dan totaal uitgeput na een dergelijk concert en dat komt dan hoofdzakelijk door Haitink (grapje). Maar het is wel een beetje waar. Ik vind die man zo geweldig dat het me na elk concert zeker een kwartier kost uit de stoel te komen. Er daar is nu weer geen woord onzin bij.
Deze Brahms werd een hoogtepunt van dit eerste concert in de serie Z. Fijn dat het weer begonnen is!
Zondag 3 oktober 1976
Het is de gewoonte om na het zondagmiddagconcert terug te reizen naar Groningen maar dit keer niet omdat ik een kaartje had gekocht voor het avondconcert met Hepzibah Menuhin en het Brabants Orkest o.l.v. Hein Jordans. Laatstgenoemde had ik al een keer gezien en wel op 27 februari 1976.
Mozart en Beethoven stonden op het programma. Beide componisten waren niet aanwezig hoewel Rosemary Brown deze week beweerde ze gezien te hebben en ze hadden zelfs gezellig met z'n drieën gekeuveld. En er zijn mensen die daar intrappen!
Na afloop van het middagconcert stond Otto ons op te wachten en zijn we maar een café ingedoken. Wat moet een mens anders tussen twee concerten? Drie flesjes werden kabouter gemaakt en dat in een rap tempo. Enigszins 'ingedronken' hebben we Ineke naar het station gebracht om daarna weer richting het Concertgebouw te lopen. Otto besloot onderweg mee te gaan naar het concert maar besloot op het laatste moment dat toch niet te doen en richting de Bijlmer te gaan. Ook best.
Het concert begon met 'Serenata Notturna' van Mozart. Leuke vlotte en ongecompliceerde stemmingsmuziek. Er zit een behoorlijke solo in voor de violist (concertmeester) en vreemd was dat de man niet met name genoemd is in het programmaboekje. Mooi uitgevoerd en gelukkig hield het me bij de les want de vermoeidheid sloeg toe. Ik kon de ogen nauwelijks open houden maar verheugde me op het zien (en horen) van Menuhin en dat hield me wakker.
Het pianoconcert nr .22 (KV 482) met het prachtige 'Andante' werd helaas door HM niet vlekkeloos gespeeld. Storende foute inzetten en vaak er 'naast' slaan maakte dat dit pianoconcert een beetje naar de knoppen werd geholpen. Daarbij kwam dat het orkest ook niet altijd zuiver begeleidde maar dat kan ook aan de solist hebben gelegen. Menuhin speelde het concert, evenals het concert van Beethoven nar de pauze, van papier en die combinatie van steeds op het papier kijken en dan weer naar het toetsenbord, werkt misschien niet optimaal. Maar dat weet ik niet zeker want ben geen pianist. Tee pianoconcerten op een avond moet toch wel wat vergen van iemand.
In de pauze naar de solistenkamer gegaan om de handtekening te halen van onze Hepzibah die zo vriendelijk was 'to Cornelis from Hepzibah Menuhin' in het programmaboekje te schrijven. Hein Jordans liep er ook rond en heb hem ook gevraagd een handtekening te zetten die ik trouwens al had toen meneer in Groningen een gastoptreden verzorgde. Dat was die keer toen hij heel pretentieus z'n signatuur door een in de haast neer gekraste notenbalk zette. Lachen, dat wel.
Na de pauze Beethoven's vierde: zeer goed gespeeld (zat de soliste nog niet goed in haar vel bij Mozart?), vooral de cadensen in het eerste en derde deel waren verbluffend. Ik was er weer helemaal bij en moeheid was in geen velden of wegen te bekennen.
Het applaus was groots maar een toegift kon er niet van af. Het publiek - de Grote Zaal was goed gevuld maar niet uitverkocht - ging maar door maar Menuhin was niet vermurwen.
Na afloop naar Otto gegaan in de Bijlmer om te overnachten. Morgen terug naar Groningen. 's Avonds met Sybren naar 'De koele meren des doods' van Frederik van Eeden.
Moet er nu nog niet aan denken!
Het concert opende met de weinig gespeelde symfonie KV 202 (1774) van Mozart. Fraaie muziek waarvan je je afvraagt waarom het zo lang duurde voor dat het op de lessenaar stond. Daar zullen we wel nooit antwoord op krijgen. Maar wel heerlijk dit werk van een jonge Joannes Chrysostomus Wolfgangus Theophilus Mozart. Want zo heet-ie voluit (las ik ergens).
Na Mozart weer Mozart en wel diens laatste pianoconcert KV 595 uit 1791 met als solist Emil Gilels. Fantastische uitvoering door zowel het orkest (natuurlijk o.l.v. die geweldige Haitink) als de solist. Vooral het fraaie derde deel werd het hoogtepunt hoewel een kleiner orkest hier misschien beter was geweest. Het was wel erg overweldigend met een volle bezetting en als de strijkers waren beperkt tot bijvoorbeeld 24 i.p.v. 40, dan had het iets vriendelijker geklonken. Iets bescheidener bedoel ik. De verhouding was enigszins verstoord en dat hoorde je omdat Gilels uiterst intiem speelde, fluisterend zacht hier en daar en dat was een beetje in tegenspraak met het volledig bezette orkest. Het is maar een detail maar beslist geen storende.
Toen was Brahms aan de beurt en wel met z'n derde symfonie, ook wel de 'intieme' genoemd. Het is mij tot nu toe ontgaan wat er zo intiem aan is maar ik zal wel niet goed geluisterd hebben. Vele keren hoorde ik deze symfonie en wist dat het prachtig en indrukwekkend was maar intiem? Maar goed, het werk kreeg onder Haitink een overweldigende uitvoering die me nog lang zal bijblijven. Vooral het derde deel 'Poco allegretto' klonk zo indringend, dat ik zowat met m'n rug in de fauteuil vast geplakt zat. Ben dan totaal uitgeput na een dergelijk concert en dat komt dan hoofdzakelijk door Haitink (grapje). Maar het is wel een beetje waar. Ik vind die man zo geweldig dat het me na elk concert zeker een kwartier kost uit de stoel te komen. Er daar is nu weer geen woord onzin bij.
Deze Brahms werd een hoogtepunt van dit eerste concert in de serie Z. Fijn dat het weer begonnen is!
Zondag 3 oktober 1976
Het is de gewoonte om na het zondagmiddagconcert terug te reizen naar Groningen maar dit keer niet omdat ik een kaartje had gekocht voor het avondconcert met Hepzibah Menuhin en het Brabants Orkest o.l.v. Hein Jordans. Laatstgenoemde had ik al een keer gezien en wel op 27 februari 1976.
Mozart en Beethoven stonden op het programma. Beide componisten waren niet aanwezig hoewel Rosemary Brown deze week beweerde ze gezien te hebben en ze hadden zelfs gezellig met z'n drieën gekeuveld. En er zijn mensen die daar intrappen!
Na afloop van het middagconcert stond Otto ons op te wachten en zijn we maar een café ingedoken. Wat moet een mens anders tussen twee concerten? Drie flesjes werden kabouter gemaakt en dat in een rap tempo. Enigszins 'ingedronken' hebben we Ineke naar het station gebracht om daarna weer richting het Concertgebouw te lopen. Otto besloot onderweg mee te gaan naar het concert maar besloot op het laatste moment dat toch niet te doen en richting de Bijlmer te gaan. Ook best.
Het concert begon met 'Serenata Notturna' van Mozart. Leuke vlotte en ongecompliceerde stemmingsmuziek. Er zit een behoorlijke solo in voor de violist (concertmeester) en vreemd was dat de man niet met name genoemd is in het programmaboekje. Mooi uitgevoerd en gelukkig hield het me bij de les want de vermoeidheid sloeg toe. Ik kon de ogen nauwelijks open houden maar verheugde me op het zien (en horen) van Menuhin en dat hield me wakker.
Het pianoconcert nr .22 (KV 482) met het prachtige 'Andante' werd helaas door HM niet vlekkeloos gespeeld. Storende foute inzetten en vaak er 'naast' slaan maakte dat dit pianoconcert een beetje naar de knoppen werd geholpen. Daarbij kwam dat het orkest ook niet altijd zuiver begeleidde maar dat kan ook aan de solist hebben gelegen. Menuhin speelde het concert, evenals het concert van Beethoven nar de pauze, van papier en die combinatie van steeds op het papier kijken en dan weer naar het toetsenbord, werkt misschien niet optimaal. Maar dat weet ik niet zeker want ben geen pianist. Tee pianoconcerten op een avond moet toch wel wat vergen van iemand.
In de pauze naar de solistenkamer gegaan om de handtekening te halen van onze Hepzibah die zo vriendelijk was 'to Cornelis from Hepzibah Menuhin' in het programmaboekje te schrijven. Hein Jordans liep er ook rond en heb hem ook gevraagd een handtekening te zetten die ik trouwens al had toen meneer in Groningen een gastoptreden verzorgde. Dat was die keer toen hij heel pretentieus z'n signatuur door een in de haast neer gekraste notenbalk zette. Lachen, dat wel.
Na de pauze Beethoven's vierde: zeer goed gespeeld (zat de soliste nog niet goed in haar vel bij Mozart?), vooral de cadensen in het eerste en derde deel waren verbluffend. Ik was er weer helemaal bij en moeheid was in geen velden of wegen te bekennen.
Het applaus was groots maar een toegift kon er niet van af. Het publiek - de Grote Zaal was goed gevuld maar niet uitverkocht - ging maar door maar Menuhin was niet vermurwen.
Na afloop naar Otto gegaan in de Bijlmer om te overnachten. Morgen terug naar Groningen. 's Avonds met Sybren naar 'De koele meren des doods' van Frederik van Eeden.
Moet er nu nog niet aan denken!
maandag 21 december 2015
Woensdag 29 september 1976 (G)
Vorige week schokkende berichten in het NvhN: Stadsschouwburg gesloten. 5000 reserveringen, talloze abonnementen, evenzovele afspraken...allemaal nutteloos. Het bestuur besloot de schouwburg dit seizoen te sluiten 'omdat het toneelhuis gevaarlijk geacht mag worden'. Het gebouw aan de Turfsingel is recent opgeknapt aan de buitenkant met een lik verf maar aan de binnenkant heeft men niet gedacht hoewel in voorgaande jaren ook al stemmen opgingen de slechte kwaliteit van het toneelhuis te verbeteren. En dan opeens de mededeling dat de boel wordt gesloten hoewel de kaartverkoop van vele voorstellingen al was gestart. Toch een bewijs van slecht beleid van Post en de zijnen, denk ik. Nu zijn we aangewezen op Drachten en Winschoten. Belachelijk en dat verhevigd weer de wens om uit deze stad te vertrekken maar ja, dat zei ik al zo vaak en er komt nooit iets van. De relatie met Sybren is zeer onstabiel te noemen dus daarom hoef ik hier ook niet te blijven. Niet te veel dagdromen over de dingen die op je/het pad komen maar beseffen dat idealen toch nimmer verwezenlijkt worden.
Nu dan over het concert van vanavond. In een woord uitstekend. Met begon met de 'Grand Partita' (Serenade voor 12 blazers en contrabas KV 361) van Mozart. Een redelijke uitvoering die weliswaar niet te vergelijken is met het de opname van het Nederlands Blazersensemble maar niettemin beslist het beluisteren waard was. Wat me wel opviel is dat er 13 mensen hun partijtje speelden en er van homogeniteit weinig sprake was. Dat werd soms pijnlijk duidelijk door te late inzetten. Maar goed, het was toch een goeie prestatie van de blazersselectie dat men dit er van af bracht zonder al te veel kleerscheuren..
Hierna Gyorgy Pauk in het vioolconcert van van Brahms. We (Jan Meyling en ik) hadden van te voren geen hoge verwachtingen want we hebben dit concert al zo vaak gehoord, dat we ons afvroegen wat de solist van hedenavond er van zou bakken en daar hadden we beide bij voorbaat weinig vertrouwen in. Een vergissing zo bleek want Pauk gaf een schitterende uitvoering op het allerhoogste niveau van dit veel gespeelde werk. Zonder tempoverschillen, geen hapering, zeer muzikaal en 'vloeibaar', kortom: adembenemende klasse!
Het N.F.O onder leiding van die lul Soudant speelde naar genoegen. De hoboist werd na afloop door Pauk even naar voren gehaald om mede van het langdurige applaus te genieten. Er kwam geen einde aan dat voor de solist reden was een toegift te geven en wel de 'Sarabande' uit de 2de Partita voor viool solo van, natuurlijk, Bach! Het publiek was daarna helemaal door het dolle heen en dat bracht een tweede toegift: het vervolg van de 2de Partita dat volgens Jan en ik de fraaiste is van de drie.
We zijn direct naar achteren gerend om een handtekening te halen van Gyorgy Pauk die alleraardigst reageerde. Jammer dat zoveel mensen op hetzelfde idee komen want er was geen doorkomen aan. Een praatje maken was er niet bij en Jan concludeerde dat hij het onnozel vond om alleen maar voor een handtekening naar de coulissen te lopen en dat ik de volgende keer maar alleen moest gaan. Dat kost me geen enkele moeite, praatje of geen praatje.
Na het concert zijn Jan en ik het cafe ingedoken en nuttigden enkele glazen wijn. We hebben over muziek gepraat, over zijn hopeloze liefde op het lab en verder over alles wat ter tafel kwam. Een geslaagde avond kortom.
Nu dan over het concert van vanavond. In een woord uitstekend. Met begon met de 'Grand Partita' (Serenade voor 12 blazers en contrabas KV 361) van Mozart. Een redelijke uitvoering die weliswaar niet te vergelijken is met het de opname van het Nederlands Blazersensemble maar niettemin beslist het beluisteren waard was. Wat me wel opviel is dat er 13 mensen hun partijtje speelden en er van homogeniteit weinig sprake was. Dat werd soms pijnlijk duidelijk door te late inzetten. Maar goed, het was toch een goeie prestatie van de blazersselectie dat men dit er van af bracht zonder al te veel kleerscheuren..
Hierna Gyorgy Pauk in het vioolconcert van van Brahms. We (Jan Meyling en ik) hadden van te voren geen hoge verwachtingen want we hebben dit concert al zo vaak gehoord, dat we ons afvroegen wat de solist van hedenavond er van zou bakken en daar hadden we beide bij voorbaat weinig vertrouwen in. Een vergissing zo bleek want Pauk gaf een schitterende uitvoering op het allerhoogste niveau van dit veel gespeelde werk. Zonder tempoverschillen, geen hapering, zeer muzikaal en 'vloeibaar', kortom: adembenemende klasse!
Het N.F.O onder leiding van die lul Soudant speelde naar genoegen. De hoboist werd na afloop door Pauk even naar voren gehaald om mede van het langdurige applaus te genieten. Er kwam geen einde aan dat voor de solist reden was een toegift te geven en wel de 'Sarabande' uit de 2de Partita voor viool solo van, natuurlijk, Bach! Het publiek was daarna helemaal door het dolle heen en dat bracht een tweede toegift: het vervolg van de 2de Partita dat volgens Jan en ik de fraaiste is van de drie.
We zijn direct naar achteren gerend om een handtekening te halen van Gyorgy Pauk die alleraardigst reageerde. Jammer dat zoveel mensen op hetzelfde idee komen want er was geen doorkomen aan. Een praatje maken was er niet bij en Jan concludeerde dat hij het onnozel vond om alleen maar voor een handtekening naar de coulissen te lopen en dat ik de volgende keer maar alleen moest gaan. Dat kost me geen enkele moeite, praatje of geen praatje.
Na het concert zijn Jan en ik het cafe ingedoken en nuttigden enkele glazen wijn. We hebben over muziek gepraat, over zijn hopeloze liefde op het lab en verder over alles wat ter tafel kwam. Een geslaagde avond kortom.
vrijdag 11 december 2015
Woensdag 22 september 1976 (G)
Met Jan Meyling naar het tweede concert geweest van het N.F.O. Een avond die niet helemaal vlekkeloos is verlopen. In heb het hier over het 2de concert, het eerste was het zgn. openingsconcert die ik niet bezocht heb.
Had met Jan afgesproken in de hal van het cultuurcentrum maar na tien minuten wachten bleek hij, al keuvelend, achter me te staan met het konijn. Woedend werd ik (wat Jan niet helemaal begreep en ik later ook niet meer eerlijk gezegd) en in een bedrukte stemming zochten wij onze plaatsen op. Moet voortaan alleen naar concerten gaan. Ben altijd een tikkeltje nerveus als een evenement nadert en als je dan in gezelschap bent, dan is diegene getuige van je stemming en daar heb ik niet altijd zin in. Dat geblabla ook na afloop....neen, ga alleen man!
Maar goed, het concert.
Men begon o.l.v die waardeloze en 'tweedehands' dirigent Hubert Soudant met zoetsappige muziek van Schubert 'Rosamunde'. Kan er weinig over zeggen behalve dan het me verveelde. Gevolgd door de 'Paganini-variaties' van Rachmaninoff voor piano gespeeld door Tamas Vasary. Niet vreselijk 'diepgaande' muziek maar wel mooi. Veel noten, een hoop geblader, da capo...etc. Vasary speelde het goed en zelfs hier en daar indrukwekkend. Wat weer een reden was voor het publiek een staande ovatie te geven aan de solist; in Engeland moet het wel heel erg bijzonder zijn wil het publiek uit de fauteuils komen. Voor een Rubinstein misschien maar in 't algemeen blijft men rustig zitten. Wij zijn een slaafs volkje en als je blijft zitten tussen de 'staanden', dan zijn de boze blikken niet van de lucht.
Na Rach (zo noemt men de componist in sommige kringen, Rach III enz.) nog een Mazurka van Chopin en ook hierna weer veel bijval. Zitten/staan, zitten/staan...belachelijk!
In de pauze zijn Jan en ik naar achteren gegaan voor de handtekening. Jammer dat ik geen index heb gemaakt van de mappen uit voorgaande jaren anders had ik even kunnen opslaan wanneer ik Vasary eerder heb gehoord, 't weet dat in Londen was maar wanneer?
Na de gedane zaken de 'Reformatie-symfonie' van Felix Mendelssohn. Een geweldig stuk muziek waarvan vooral het Andante (over "Ein feste burg ist unser Gott") erg fraai is maar het voorafgaande Allegro steekt hierbij enigszins bleek af moet ik zeggen. Het N.F.O. was goed op dreef en dan met name de strijkers want die hadden het maar druk. Maar goed, daar worden ze voor betaald.
Ik moet even zien of ik nog wel naar de komende concerten ga die onder leiding staan van Soudant want erger me aan die kerel. Het is echt een dirigent uit de middenklasse maar hij denkt daar zelf anders over zo te zien. De man maakt Grote Gebaren en dat altijd, of-ie nou Bruckner dirigeert of een klein vioolconcertje van Vivaldi (is daar een dirigent voor nodig?), de 'grootsheid' blijft, vreselijk dat gezwaai. Kan ook achter in de zaal gaan zitten om me minder te ergeren.
Natuurlijk was Ineke ook bij het concert en ging pal achter me zitten. Het volgende moment boog ze naar mij over en vroeg of ze het programma - dat ze inmiddels al zowat uit mijn handen had gerukt - even kon inzien. Moest me beheersen om de tik die ik in gedachten had binnen te houden. Wat heb ik een schurft aan die trut gekregen.
In het vervolg moet ik alleen naar concerten, is voor iedereen beter. Dat rumoer, kan er niet meer tegen.....
Had met Jan afgesproken in de hal van het cultuurcentrum maar na tien minuten wachten bleek hij, al keuvelend, achter me te staan met het konijn. Woedend werd ik (wat Jan niet helemaal begreep en ik later ook niet meer eerlijk gezegd) en in een bedrukte stemming zochten wij onze plaatsen op. Moet voortaan alleen naar concerten gaan. Ben altijd een tikkeltje nerveus als een evenement nadert en als je dan in gezelschap bent, dan is diegene getuige van je stemming en daar heb ik niet altijd zin in. Dat geblabla ook na afloop....neen, ga alleen man!
Maar goed, het concert.
Men begon o.l.v die waardeloze en 'tweedehands' dirigent Hubert Soudant met zoetsappige muziek van Schubert 'Rosamunde'. Kan er weinig over zeggen behalve dan het me verveelde. Gevolgd door de 'Paganini-variaties' van Rachmaninoff voor piano gespeeld door Tamas Vasary. Niet vreselijk 'diepgaande' muziek maar wel mooi. Veel noten, een hoop geblader, da capo...etc. Vasary speelde het goed en zelfs hier en daar indrukwekkend. Wat weer een reden was voor het publiek een staande ovatie te geven aan de solist; in Engeland moet het wel heel erg bijzonder zijn wil het publiek uit de fauteuils komen. Voor een Rubinstein misschien maar in 't algemeen blijft men rustig zitten. Wij zijn een slaafs volkje en als je blijft zitten tussen de 'staanden', dan zijn de boze blikken niet van de lucht.
Na Rach (zo noemt men de componist in sommige kringen, Rach III enz.) nog een Mazurka van Chopin en ook hierna weer veel bijval. Zitten/staan, zitten/staan...belachelijk!
In de pauze zijn Jan en ik naar achteren gegaan voor de handtekening. Jammer dat ik geen index heb gemaakt van de mappen uit voorgaande jaren anders had ik even kunnen opslaan wanneer ik Vasary eerder heb gehoord, 't weet dat in Londen was maar wanneer?
Na de gedane zaken de 'Reformatie-symfonie' van Felix Mendelssohn. Een geweldig stuk muziek waarvan vooral het Andante (over "Ein feste burg ist unser Gott") erg fraai is maar het voorafgaande Allegro steekt hierbij enigszins bleek af moet ik zeggen. Het N.F.O. was goed op dreef en dan met name de strijkers want die hadden het maar druk. Maar goed, daar worden ze voor betaald.
Ik moet even zien of ik nog wel naar de komende concerten ga die onder leiding staan van Soudant want erger me aan die kerel. Het is echt een dirigent uit de middenklasse maar hij denkt daar zelf anders over zo te zien. De man maakt Grote Gebaren en dat altijd, of-ie nou Bruckner dirigeert of een klein vioolconcertje van Vivaldi (is daar een dirigent voor nodig?), de 'grootsheid' blijft, vreselijk dat gezwaai. Kan ook achter in de zaal gaan zitten om me minder te ergeren.
Natuurlijk was Ineke ook bij het concert en ging pal achter me zitten. Het volgende moment boog ze naar mij over en vroeg of ze het programma - dat ze inmiddels al zowat uit mijn handen had gerukt - even kon inzien. Moest me beheersen om de tik die ik in gedachten had binnen te houden. Wat heb ik een schurft aan die trut gekregen.
In het vervolg moet ik alleen naar concerten, is voor iedereen beter. Dat rumoer, kan er niet meer tegen.....
donderdag 19 november 2015
Woensdag 16 juni 1976 (G)
Met Sybren naar het laatste concert van dit seizoen geweest dat gegeven werd door het N.F.O. Het was tevens het vierde en laatste Beethovenconcert in de cyclus van dit jaar. Men gaf een orkestuitvoering van de enige opera van de componist, Fidelio. Het werd een matige uitvoering qua solisten behalve dan de sopraan Stella Axarlis als Leonore die werkelijk schitterend zong. Ze kwam op in een lang groen gewaad en imponeerde daarna op alle fronten. Haar uiterlijk en haar stem: perfecte combinatie.
Ze gebruikte geen partituur evenals de bariton Heinz-Jurgen Demitz. De overige solisten hadden wel de partituur voor hun neusjes. Dat kon niet verhinderen dat de andere sopraan Renee van Haarlem de draad helemaal kwijt was en bovendien ze zong zo vals als het maar kon. Een toonbeeld van Hollandse truttigheid. Wij hadden de indruk dat de twee dames elkaars bloed wel konden drinken want ze keken elkander zo nu en dan vreselijk vijandig aan en dat viel op. Van mevrouw Axarlis was het een en ander nog wel te verdragen (heerlijk dat cynische lachje....) maar van 'die andere' was het niet te pruimen met dat meesmuilende mondje.
Al met al een matige uitvoering. Hoofdzakelijk te wijten aan aan het verschil tussen de soli waarvan er twee uitblonken - w.o. dus Demitz - en de rest er maar een beetje bij hing. Met name Anton Trommelen met z'n geknepen stemgeluid bleef ver onder de maat. Gek dat ze zo'n man uitnodigen. Past wel op bruiloften en partijen maar niet in een concertzaal.
Het slot was overdonderend maar dat kwam hoofdzakelijk door het geproduceerde lawaai en niet zozeer door de fraaie afwerking, Ook De Wolff treft hier blaam want die stond er maar wat ongeïnteresseerd bij en was zichtbaar opgelucht dat het voorbij was. (Later hoorde ik van Axarlis dat de dirigent voor en na de uitvoering geen krimp gaf en onvriendelijk was naar de solisten toe).
Sybren ging na afloop meteen naar huis en ik ben nog even naar The Duke gegaan waar ik Demitz en een (de) vriend aantrof in gezelschap van Janwillem, werkzaam bij het NFO en consequent door de orkestleden 'de directeur' genoemd. Een lelijker man moet nog geboren worden. En dan ook nog homo, wat een ellende!
Toevallig kwamen wij op hetzelfde moment buiten te staan en knoopte ik een gesprekje aan met de Pizarro van hedenavond + vriend. Ze gingen naar hotel Helvetia en ik ben een eindje met ze meegelopen. De volgende ochtend zo spraken we af zou ik op de koffie komen om half tien. Zo gezegd zo gedaan.
Axarlis was eveneens aanwezig tijdens de koffie en vertelde over het rare benehmen van De Wolff. Ze was niet prettig ontvangen en voelde zich zeer onbehaaglijk. Na wat gekeuvel en de handtekeningen van sopraan en bariton, ben ik huiswaarts gegaan met een fijne herinnering op zak. Aardige mensen.
Ze gebruikte geen partituur evenals de bariton Heinz-Jurgen Demitz. De overige solisten hadden wel de partituur voor hun neusjes. Dat kon niet verhinderen dat de andere sopraan Renee van Haarlem de draad helemaal kwijt was en bovendien ze zong zo vals als het maar kon. Een toonbeeld van Hollandse truttigheid. Wij hadden de indruk dat de twee dames elkaars bloed wel konden drinken want ze keken elkander zo nu en dan vreselijk vijandig aan en dat viel op. Van mevrouw Axarlis was het een en ander nog wel te verdragen (heerlijk dat cynische lachje....) maar van 'die andere' was het niet te pruimen met dat meesmuilende mondje.
Al met al een matige uitvoering. Hoofdzakelijk te wijten aan aan het verschil tussen de soli waarvan er twee uitblonken - w.o. dus Demitz - en de rest er maar een beetje bij hing. Met name Anton Trommelen met z'n geknepen stemgeluid bleef ver onder de maat. Gek dat ze zo'n man uitnodigen. Past wel op bruiloften en partijen maar niet in een concertzaal.
Het slot was overdonderend maar dat kwam hoofdzakelijk door het geproduceerde lawaai en niet zozeer door de fraaie afwerking, Ook De Wolff treft hier blaam want die stond er maar wat ongeïnteresseerd bij en was zichtbaar opgelucht dat het voorbij was. (Later hoorde ik van Axarlis dat de dirigent voor en na de uitvoering geen krimp gaf en onvriendelijk was naar de solisten toe).
Sybren ging na afloop meteen naar huis en ik ben nog even naar The Duke gegaan waar ik Demitz en een (de) vriend aantrof in gezelschap van Janwillem, werkzaam bij het NFO en consequent door de orkestleden 'de directeur' genoemd. Een lelijker man moet nog geboren worden. En dan ook nog homo, wat een ellende!
Toevallig kwamen wij op hetzelfde moment buiten te staan en knoopte ik een gesprekje aan met de Pizarro van hedenavond + vriend. Ze gingen naar hotel Helvetia en ik ben een eindje met ze meegelopen. De volgende ochtend zo spraken we af zou ik op de koffie komen om half tien. Zo gezegd zo gedaan.
Axarlis was eveneens aanwezig tijdens de koffie en vertelde over het rare benehmen van De Wolff. Ze was niet prettig ontvangen en voelde zich zeer onbehaaglijk. Na wat gekeuvel en de handtekeningen van sopraan en bariton, ben ik huiswaarts gegaan met een fijne herinnering op zak. Aardige mensen.
Woensdag 9 juni 1976
Tezamen met Ineke naar het derde Beethoven-concert geweest dat ik wederom tot de pauze heb meegemaakt. De dirigent was wederom Zsolt Deaky en als solist de Japansee Sumiko Nagaoka in het vijfde pianoconcert. Men begon met het weinig gehoorde en misschien daardoor weinig bekende Ouverture zur Namensfeier opus 115. Gelegenheidsmuziek door Beethoven geschreven voor een Poolse prins Antoni Radziwill geheten (of i.d.). Geen 'groots en indrukwekkend' werk maar wel plezierig om weer 'ns te horen. Een leuke binnenkomer zeg maar.
Daarna het vijfde pianoconcert. Voortreffelijk gespeeld, hier en daar wel te hard maar dat vergeten we maar. De uitbarstingen van virtuositeit, waar dit concert inderdaad niet zuinig mee is, werden onder de handen van Nagaoka evenzovele demonstraties van verbijsterende muziekschrijfkunst en dus een eerbewijs aan de componist. Aan het gezicht van de soliste was het trouwens niet te zien want er was geen enkele emotie aan af te lezen.
In de pauze ben ik vertrokken want een uitvoering van de vijfde symfonie onder Deaky trok me in het geheel niet. Zal wel een brei geworden zijn.
NB In het Nieuwsblad van het Noorden van 10 juni 1976 schrijft Paul Bollen: "Daarbij liet hij de volle zaal nog eens goed de bijzondere instrumentatietechniek in de vijfde symfonie horen, niet alleen voor hout en koper, maar bijvoorbeeld ook voor de alten en de cellibassen, die nadrukkelijk allerlei intrigerend thematisch materiaal te verwerken krijgen. Terecht werd Deaky uitbundig gehuldigd voor deze en zijn vorige bijdrage aan de Beethoven-serie van het N.F.O."
Wel wat gemist dus.
Trouwens: wat zijn in vredesnaam cellibassen,,?
Daarna het vijfde pianoconcert. Voortreffelijk gespeeld, hier en daar wel te hard maar dat vergeten we maar. De uitbarstingen van virtuositeit, waar dit concert inderdaad niet zuinig mee is, werden onder de handen van Nagaoka evenzovele demonstraties van verbijsterende muziekschrijfkunst en dus een eerbewijs aan de componist. Aan het gezicht van de soliste was het trouwens niet te zien want er was geen enkele emotie aan af te lezen.
In de pauze ben ik vertrokken want een uitvoering van de vijfde symfonie onder Deaky trok me in het geheel niet. Zal wel een brei geworden zijn.
NB In het Nieuwsblad van het Noorden van 10 juni 1976 schrijft Paul Bollen: "Daarbij liet hij de volle zaal nog eens goed de bijzondere instrumentatietechniek in de vijfde symfonie horen, niet alleen voor hout en koper, maar bijvoorbeeld ook voor de alten en de cellibassen, die nadrukkelijk allerlei intrigerend thematisch materiaal te verwerken krijgen. Terecht werd Deaky uitbundig gehuldigd voor deze en zijn vorige bijdrage aan de Beethoven-serie van het N.F.O."
Wel wat gemist dus.
Trouwens: wat zijn in vredesnaam cellibassen,,?
Abonneren op:
Posts (Atom)
