Het eerste concert in het nieuwe jaar! Hopelijk volgende er weer vele en dan liefst 'beter' dan deze eersteling want het viel zwaar tegen. Luciano Berio is een grote naam maar kennelijk niet voldoende groot om de zaal van De Oosterpoort vol te krijgen. Hij had het Concertgebouworkest meegenomen naar hier om uitsluitend eigen werk uit te voeren. Een "exclusief Berio-programma" zoals stond aangekondigd.
Men begon met het aardige 'Quattro versioni originali della Ritirata notturna di Madrid di L. Boccherini' uit 1975 gevolgd door Nones. Niet te harden deze muziek, afgrijselijk en onsamenhangend, buitengewoon irritant maar door mijn gezelschap (Roel van Liemburg) hogelijk gewaardeerd tot mijn verbazing. Wel 'grappig' zoals hij het uitdrukte. Aardige jongen trouwens deze Roel dus daar ligt het niet aan.
Chemins IV voor hobo - Werner Herbers - en strijkinstrumenten was ook niet om aan te horen. Het is waarschijnlijk een genot om te spelen maar geen genot om naar te luisteren. Er zal ongetwijfeld een theorie bestaan die verklaart hoe goed en geweldig deze muziek is maar voorlopig hoef ik die niet te horen. Berio liet zich vaak inspireren door zijn echtgenoot Cathy Berberian en dat heeft vast wel eens wat fraais opgeleverd maar dat geldt niet voor Chemins IV want het is afschrikwekkende rimram dat ik nooit weer wil (aan-) horen. Het doet pijn aan de oren. Muziek moet voor mij aanvaardbaar zijn hoe vaag dit ook is, ik moet er iets bij voelen hoe ruim dit ook te interpreteren valt. Muziek waar ik niets bij voel, die geen enkele emotie oproept behalve dan irritatie en ergernis, is voor mij geen muziek maar een aaneenschakeling van klanken. En dat kwam meermalen voor vanavond: ergernis over de composities van deze Italiaan, pretentieus gedoe, meer was het niet. Mahler, Brahms, Beethoven etc. verveelt me nooit maar moderne muziek? ik kan er niet tegen.
In de pauze zijn Roel en ik naar achteren gelopen voor een handtekening van Berio (jaja, dat wel) en hij signeerde onze programma's aan de voorkant.
Na de pauze Sinfonia uit 1968/1969, geschreven voor het jubilerende NY Philharmonic en opgedragen aan Bernstein. Swingle II (vocaal octet) zorgde voor enkele prachtige staaltjes close-harmony en hoewel dit ook geen 'groot' werk is, was het het meest aanvaardbare van de avond. Berio zal snel vergeten worden na zijn dood (dat wens ik hem natuurlijk niet toe) want zijn muziek is geen blijvertje.
Na afloop riepen er een paar idioten 'Hoera' en 'Bravo' en dat is wel extreem overdreven. Een eer die voor een componist als Berio te veel is. Het is allemaal zo nadrukkelijk gewild deze muziek, er is iets wat niet deugt aan zijn muziek en ik kan niet uitleggen wat dat precies is.
maandag 25 april 2016
zaterdag 23 april 2016
Zaterdag 18 december 1976
Naar een concert geweest in het Concertgebouw samen met, toe maar weer, Cees Steeman. Het Amsterdams Philharmonisch Orkest speelde o.l.v. Lawrence Foster en als solist had men Aldo Ciccolini gevraagd. Een goede keus ondanks een matige uitvoering. Maar eerst de belevenissen van gisteravond toen ik in Amsterdam arriveerde. Was uitgenodigd voor de zgn. Demetrios-borrel die uitgever Bert Bakker schonk ter gelegenheid van het verschijnen van de roman van Hans Warren, zijn eerste. Om vijf uur in de middag werden we verwacht en iedereen was aanwezig. Het zijn steeds dezelfde die voor dit soort sessies komt opdagen en dus ontwaarden we Mensje van Keulen, Gerrit Komrij + die vreselijke vriend, Jacques Asselman, Adrie van Griensven en vanzelfsprekend het feestnummer zelf. Iedereen kreeg een genummerd exemplaar van het boek (je moest het opensnijden) mee naar huis. Na de plichtplegingen en de genoten KLM-hapjes en de nodige sherry's, ben ik vertrokken op weg naar Steeman voor de volgende happening. Die bestond uit een bezoek aan het perceel van een zekere Frans Latour, een bemiddelde homoseksueel in Buitenveldert, die in zijn huis exposities organiseert en dit keer een zekere Mickey Rooney had gevraagd zijn gouaches te laten zien. Prullaria op z'n best.
Een verzameling bekakte en vreselijk overdreven pratende mensen. Heb nog nooit zoveel nichten op één plek gezien dan deze keer bij die over het paard getilde Latour. Maar goed, geen geklaag verder want de drankjes waren prima en die heb ik me goed laten smaken. Werden geserveerd door een jongen die Sybert-Jan Zwarts heette en zijn verpletterdende schoonheid was onverdraaglijk. Deed me pijn aan de ogen. Enigszins aangeschoten zo'n prachtige jongen te zien met dienbladen vol drankjes is een regelrechte kwelling. Hij vertelde op de hotelschool in Heerlen te zitten dus binnenkort maar eens richting Limburg. Stel je voor.....
De volgende dag (zaterdag) ben ik heen en weer gesjeesd naar hier om vervolgens weer tegen zessen in de hoofdstad terug te keren. Waarom lukt het me toch niet om in Amsterdam een huis te vinden, ik snap er niks van. Ben vaker in Amsterdam dan in Groningen dus is het logisch dat ik zo langzamerhand hier naar toe verkas. Maar op de een of andere manier komt het er niet van.
Sybren was opmerkelijk vriendelijk toen ik thuis kwam en serveerde koffie, broodjes, soep en veel fruit. Hij vertelde dat-ie smiddags een bezoek had gebracht aan Gerrit Krol en zijn laatste boek cadeau had gekregen. De mazzelschieter!
Dan nu het concert. Het vijfde pianoconcert (bijgenaamd het "Egyptische") van Saint-Saëns. Een beetje saaie uitvoering van dit werk. De tweede en de vierde zijn nog wel te pruimen maar de vijfde is echt saai. Vond er weinig aan maar dat kan ook komen door dat heen en weer gereis en de daardoor ontstane vermoeidheid. In de pauze ben ik naar boven gerend om de handtekening van de pianist te halen. Een beetje verwijfd type onze Ciccolini. Maar goed, het zijn ook mensen.
Na de pauze Mahler onder deze operette-dirigent. De stijl van dirigeren is van het allerergste soort. Waarschijnlijk in de leer geweest bij Willy Boskovsky. Hoewel de vijfde van Mahler niet zo vreselijk klonk onder zijn directie. Dat was hoofdzakelijk te danken aan het orkest dat zijn uiterste best deed Foster's aanwijzingen op te volgen. Het Amsterdamse publiek is natuurlijk verwend met Bernard Haitink en zeker met Mahler is deze gigant haast niet te evenaren.
Maar echt slecht was het ook niet, 'anders' wel. Het derde deel van deze symfonie (Scherzo) is ronduit langdradig. Maar dan komt het Adagietto gevolgd door het onstuimige Rondo (Finale) en ben je er weer bij. Toch wel knap dat Foster het orkest door de partituur wist heen te loodsen. De blazers waren hier en daar de weg kwijt want zaten er vaak naast.
Een verzameling bekakte en vreselijk overdreven pratende mensen. Heb nog nooit zoveel nichten op één plek gezien dan deze keer bij die over het paard getilde Latour. Maar goed, geen geklaag verder want de drankjes waren prima en die heb ik me goed laten smaken. Werden geserveerd door een jongen die Sybert-Jan Zwarts heette en zijn verpletterdende schoonheid was onverdraaglijk. Deed me pijn aan de ogen. Enigszins aangeschoten zo'n prachtige jongen te zien met dienbladen vol drankjes is een regelrechte kwelling. Hij vertelde op de hotelschool in Heerlen te zitten dus binnenkort maar eens richting Limburg. Stel je voor.....
De volgende dag (zaterdag) ben ik heen en weer gesjeesd naar hier om vervolgens weer tegen zessen in de hoofdstad terug te keren. Waarom lukt het me toch niet om in Amsterdam een huis te vinden, ik snap er niks van. Ben vaker in Amsterdam dan in Groningen dus is het logisch dat ik zo langzamerhand hier naar toe verkas. Maar op de een of andere manier komt het er niet van.
Sybren was opmerkelijk vriendelijk toen ik thuis kwam en serveerde koffie, broodjes, soep en veel fruit. Hij vertelde dat-ie smiddags een bezoek had gebracht aan Gerrit Krol en zijn laatste boek cadeau had gekregen. De mazzelschieter!
Dan nu het concert. Het vijfde pianoconcert (bijgenaamd het "Egyptische") van Saint-Saëns. Een beetje saaie uitvoering van dit werk. De tweede en de vierde zijn nog wel te pruimen maar de vijfde is echt saai. Vond er weinig aan maar dat kan ook komen door dat heen en weer gereis en de daardoor ontstane vermoeidheid. In de pauze ben ik naar boven gerend om de handtekening van de pianist te halen. Een beetje verwijfd type onze Ciccolini. Maar goed, het zijn ook mensen.
Na de pauze Mahler onder deze operette-dirigent. De stijl van dirigeren is van het allerergste soort. Waarschijnlijk in de leer geweest bij Willy Boskovsky. Hoewel de vijfde van Mahler niet zo vreselijk klonk onder zijn directie. Dat was hoofdzakelijk te danken aan het orkest dat zijn uiterste best deed Foster's aanwijzingen op te volgen. Het Amsterdamse publiek is natuurlijk verwend met Bernard Haitink en zeker met Mahler is deze gigant haast niet te evenaren.
Maar echt slecht was het ook niet, 'anders' wel. Het derde deel van deze symfonie (Scherzo) is ronduit langdradig. Maar dan komt het Adagietto gevolgd door het onstuimige Rondo (Finale) en ben je er weer bij. Toch wel knap dat Foster het orkest door de partituur wist heen te loodsen. De blazers waren hier en daar de weg kwijt want zaten er vaak naast.
vrijdag 22 april 2016
Zaterdag 4 december 1976
Met Cees Steeman naar het Concertgebouw geweest voor een concert o.l.v. Bernard Haitink met als soliste Teresa Zylis-Gara, sopraan. Gisteren in Amsterdam aangekomen vanuit Den Haag voor een bezoek aan Walter Nobbe. Dat is trouwens erg tegengevallen want de man had het uitsluitend over zichzelf en daarnaast vooral over New York en dat ging maar door. Allemachtig wat een oeverloos gezwets en elke opmerking die ik er tussendoor wilde maken, werd als een pijnlijke onderbreking ervaren want de man begon steeds zuurder te kijken. Dat gold ook voor de geschonken wijn want die was niet te drinken. Ik begon me stierlijk te vervelen en vervloekte mezelf dat ik de afspraak had gemaakt. Reis je naar Den Haag om een leuke ontmoeting te hebben begint die slecht geklede Nobbe een bandje af te draaien waar geen eind aan zat.
In Amsterdam aangekomen (daar vertoef ik toch het liefst) dadelijk naar de Weesperzijde gegaan. We zijn de avond tevoren naar een opening geweest in het Italiaans Cultureel Instituut en na afloop naar het COC voor een afsluitende borrel. Het is frappant hoe het Steeman toch lukt om bij elke culturele instelling op de verzendlijst te komen want de man krijgt de ene na de andere uitnodiging voor openingen en 'vernissages' en trekt dan z'n enige en mooiste pak aan. Als je hem hoort kwebbelen tijdens de zoveelste opening, dan besef ik weer dat het een zeker talent vereist om in die kunstkringen te vertoeven. De man lult wat af en zegt in feite niks. Knap.
Maar genoeg hierover: het concert begon met KV 202 van Mozart, een symfonie die ik onlangs ook hoorde tijdens een van de zondagmiddag concerten. Veel bijval voor orkest en dirigent en dat bewijst weer 'ns hoe geliefd beide zijn aan de Van Baerlestraat.
De soliste in twee korte concertaria's van Mozart. Ze heeft wel een heel donker timbre onze Teresa want het was haast niet te verstaan op rij 27 stoel 29.
Pauze. En toen......de vierde van Mahler! Om te huilen zo mooi. Haitink met Mahler, een betere combinatie is nauwelijks voorstelbaar. Zo vreselijk goed, zo muzikaal, zo perfect en verzorgd dat we hier rustig kunnen spreken van een buitengewone belevenis.Het enige dat tegenviel was weer de veel te zacht zingende sopraan in het laatste deel want ik kon het nauwelijks horen. En dan dat storende gehoest van het publiek, heel vervelend. Tussen het derde en het vierde deel van het werk is geen rust maar ja hoor, de noten waren nauwelijks verdwenen of men begon te schuifelen en te kuchen. In Engeland waar ik ook veel concerten heb bezocht, gebeurt zoiets niet. Beschaafder volk zullen we maar zeggen.
Na afloop van het concert had ik moeite weer in dat gezicht te moeten kijken van die rare bekakte Steeman. Ik was in een geheel andere stemming en vond het jammer dat ik niet alleen was. Je wilt na zo'n pracht slot even tot jezelf komen en de dingen 'overdenken' en dan is het moeilijk (om het zacht uit te drukken) dadelijk het gelullo van Steeman aan te moeten horen. Ik ga voortaan alleen naar concerten dan kan ik tenminste ruzie met mezelf maken.
Het applaus dat losbrak was werkelijk stormachtig! De sopraan deelde in de langdurige lofuitingen en was duidelijk ingenomen. Haitink kwam een keer alleen de trappen af en hij stond nog niet op de bok of een oorverdovend geschreeuw barstte los. Om koud van te worden en dat werd ik dan ook. Wat een ongelooflijke man, wat een Grote Dirigent.
Na het concert is Steeman meegelopen naar het station en ben ik in de trein gestapt van 18:01 naar Groningen. Ik was hier om kwart over acht weer, moe maar voldaan.
In Amsterdam aangekomen (daar vertoef ik toch het liefst) dadelijk naar de Weesperzijde gegaan. We zijn de avond tevoren naar een opening geweest in het Italiaans Cultureel Instituut en na afloop naar het COC voor een afsluitende borrel. Het is frappant hoe het Steeman toch lukt om bij elke culturele instelling op de verzendlijst te komen want de man krijgt de ene na de andere uitnodiging voor openingen en 'vernissages' en trekt dan z'n enige en mooiste pak aan. Als je hem hoort kwebbelen tijdens de zoveelste opening, dan besef ik weer dat het een zeker talent vereist om in die kunstkringen te vertoeven. De man lult wat af en zegt in feite niks. Knap.
Maar genoeg hierover: het concert begon met KV 202 van Mozart, een symfonie die ik onlangs ook hoorde tijdens een van de zondagmiddag concerten. Veel bijval voor orkest en dirigent en dat bewijst weer 'ns hoe geliefd beide zijn aan de Van Baerlestraat.
De soliste in twee korte concertaria's van Mozart. Ze heeft wel een heel donker timbre onze Teresa want het was haast niet te verstaan op rij 27 stoel 29.
Pauze. En toen......de vierde van Mahler! Om te huilen zo mooi. Haitink met Mahler, een betere combinatie is nauwelijks voorstelbaar. Zo vreselijk goed, zo muzikaal, zo perfect en verzorgd dat we hier rustig kunnen spreken van een buitengewone belevenis.Het enige dat tegenviel was weer de veel te zacht zingende sopraan in het laatste deel want ik kon het nauwelijks horen. En dan dat storende gehoest van het publiek, heel vervelend. Tussen het derde en het vierde deel van het werk is geen rust maar ja hoor, de noten waren nauwelijks verdwenen of men begon te schuifelen en te kuchen. In Engeland waar ik ook veel concerten heb bezocht, gebeurt zoiets niet. Beschaafder volk zullen we maar zeggen.
Na afloop van het concert had ik moeite weer in dat gezicht te moeten kijken van die rare bekakte Steeman. Ik was in een geheel andere stemming en vond het jammer dat ik niet alleen was. Je wilt na zo'n pracht slot even tot jezelf komen en de dingen 'overdenken' en dan is het moeilijk (om het zacht uit te drukken) dadelijk het gelullo van Steeman aan te moeten horen. Ik ga voortaan alleen naar concerten dan kan ik tenminste ruzie met mezelf maken.
Het applaus dat losbrak was werkelijk stormachtig! De sopraan deelde in de langdurige lofuitingen en was duidelijk ingenomen. Haitink kwam een keer alleen de trappen af en hij stond nog niet op de bok of een oorverdovend geschreeuw barstte los. Om koud van te worden en dat werd ik dan ook. Wat een ongelooflijke man, wat een Grote Dirigent.
Na het concert is Steeman meegelopen naar het station en ben ik in de trein gestapt van 18:01 naar Groningen. Ik was hier om kwart over acht weer, moe maar voldaan.
maandag 11 april 2016
Dinsdag 30 november 1976 (G)
Met Hans en Nienja naar de Kleine Zaal geweest voor een pianorecital door Nelson Freire. Vooraf hebben we eerst gedrieën gegeten bij Ineke die een voortreffelijke maaltijd presenteerde. Ze kon niet meegaan naar het concert omdat ze perse voor school nog het een en anders moest doen. Haar doorzettingsvermogen en discipline is lofwaardig.
Het recital begon met de Arabeske van Schumann (het programmablaadje bestond weer uit een A4-tje zonder enige uitleg over de te spelen werken of informatie over de pianist, het is Godgeklaagd!), mooi gespeeld door Freire. Daarna Papillons, eveneens van Robert S. Geen applaus tussen de werken en dat was prima. Naadloos in elkaar over heet dat.
Ravel stond op het programma. Muziek waar ik me immer op verheug hoewel ik moet zeggen dat deze Gaspard de la Nuit tegenviel. Argerich speelt op de plaat (DGG) het werk veel genuanceerder en doorzichtiger en daar ben je natuurlijk aan gewend. Een andere opname - vooral het heerlijke Le Gibet en Scarbo - heeft dan moeite om de eerste te verdrijven dus helemaal redelijk is het niet. Toch vond ik Freire is Ravel niet denderend en overtuigend. De schrijver Pierre Kemp (net verscheen het Verzameld Werk van hem in drie delen) schreef enkele opstellen en gedichten over Ravel en dan in 't bijzonder over Daphnis et Chloé van Maurice Ravel.
Na de pauze Chopin. Te beginnen met de mooie sonate opus 35 met de beroemde Marche Funebre. Ook hier was sprake van een harde uitvoering. En een beetje afgeraffeld door de op het eerste gehoor virtuoos spelende pianist. De Berceuse en het Scherzo werden dan wel weer redelijk vertolkt. Daarna twee toegiften waarvan een van Chopin en de tweede kende ik wel maar weet niet wie de componist is. Het was fijn naar een pianorecital te zijn geweest hoewel dit niet een van de mooiste recitals werd die ik heb gehoord. Jammer.
Na het concert zijn Hans en vriendin direct naar huis gegaan. Morgen ga ik naar Amsterdam voor een afspraak met Hemmink van de Arbeiderspers. Vervolgens naar Apeldoorn om een tekening op te halen van Cees Andriessen. Vrijdag dan tenslotte naar Den Haag voor een afspraak met Walter Nobbe. Zaterdag weer naar Amsterdam voor een concert in de serie Matinee op de Vrije Zaterdag van de VARA. U weet wel, de omroep met de vele vrienden.
Een mens reist wat af.
Het recital begon met de Arabeske van Schumann (het programmablaadje bestond weer uit een A4-tje zonder enige uitleg over de te spelen werken of informatie over de pianist, het is Godgeklaagd!), mooi gespeeld door Freire. Daarna Papillons, eveneens van Robert S. Geen applaus tussen de werken en dat was prima. Naadloos in elkaar over heet dat.
Ravel stond op het programma. Muziek waar ik me immer op verheug hoewel ik moet zeggen dat deze Gaspard de la Nuit tegenviel. Argerich speelt op de plaat (DGG) het werk veel genuanceerder en doorzichtiger en daar ben je natuurlijk aan gewend. Een andere opname - vooral het heerlijke Le Gibet en Scarbo - heeft dan moeite om de eerste te verdrijven dus helemaal redelijk is het niet. Toch vond ik Freire is Ravel niet denderend en overtuigend. De schrijver Pierre Kemp (net verscheen het Verzameld Werk van hem in drie delen) schreef enkele opstellen en gedichten over Ravel en dan in 't bijzonder over Daphnis et Chloé van Maurice Ravel.
Na de pauze Chopin. Te beginnen met de mooie sonate opus 35 met de beroemde Marche Funebre. Ook hier was sprake van een harde uitvoering. En een beetje afgeraffeld door de op het eerste gehoor virtuoos spelende pianist. De Berceuse en het Scherzo werden dan wel weer redelijk vertolkt. Daarna twee toegiften waarvan een van Chopin en de tweede kende ik wel maar weet niet wie de componist is. Het was fijn naar een pianorecital te zijn geweest hoewel dit niet een van de mooiste recitals werd die ik heb gehoord. Jammer.
Na het concert zijn Hans en vriendin direct naar huis gegaan. Morgen ga ik naar Amsterdam voor een afspraak met Hemmink van de Arbeiderspers. Vervolgens naar Apeldoorn om een tekening op te halen van Cees Andriessen. Vrijdag dan tenslotte naar Den Haag voor een afspraak met Walter Nobbe. Zaterdag weer naar Amsterdam voor een concert in de serie Matinee op de Vrije Zaterdag van de VARA. U weet wel, de omroep met de vele vrienden.
Een mens reist wat af.
zondag 10 april 2016
Dinsdag 16 november 1976
Vanavond alleen naar de Kleine Zaal gegaan voor een optreden van The Scholars. een a-capella groep uit Engeland. Sopraan, countertenor, tenor, bas en bariton. Verrukkelijke muziek gehoord en perfect gezongen, zo unisono en fraai, kortom een waarlijk genot deze vijf te horen. De Italian Madrigals werden fraai uitgevoerd.Het programma was met smaak gekozen, Sacred Music, Engelse hofmuziek en madrigalen en na de pauze Italiaanse en Spaanse muziek.
Het slot 'In Lighter Mood' vond ik niet zo geslaagd. Wanneer je de hele avond zestiende eeuwse muziek hebt gehoord en dan opeens dit, dan is het even slikken. Gelukkig was het maar kort. Twee toegiften, een van Thomas Morley en het tweede ben ik vergeten.
Een avond met sublieme vocale ensemblekunst. Ingeleid door de vier mannelijke zangers, kort een geestig.
Het slot 'In Lighter Mood' vond ik niet zo geslaagd. Wanneer je de hele avond zestiende eeuwse muziek hebt gehoord en dan opeens dit, dan is het even slikken. Gelukkig was het maar kort. Twee toegiften, een van Thomas Morley en het tweede ben ik vergeten.
Een avond met sublieme vocale ensemblekunst. Ingeleid door de vier mannelijke zangers, kort een geestig.
Dinsdag 9 november 1976
Alleen naar de Kleine Zaal geweest voor een optreden van het Guarneri-trio. Herman Krebbers viool, Danielle Dechesne piano en Jean Decroos cello. De programmeurs veronderstelden waarschijnlijk dat iedereen de namen wel kent want ze komen niet voor op het stenciltje dat uitgereikt werd voor het concert. Geen enkele informatie over de solisten, bio's of anders nieuws: niets! Altijd dat gestencilde A4-tje met summiere gegevens over de te spelen werken maar verder over de uitvoerenden geen woord. Het is een kleine moeite een A4 dubbel te slaan en aan beide zijden wat te schrijven over het concert maar neen, hier in Groningen doen ze dat niet. Belachelijk!
Terug naar het prachtige concert/recital want prachtig was het. Krebbers en Dechesne begonnen met de 'Fruhling-sonate' van Beethoven en het viel me op hoe soepel en volkomen ontspannen Krebbers viool speelt. Zo beheerst en ogenschijnlijk moeiteloos, werkelijk een genot om naar te kijken en te luisteren. Het werd een goede uitvoering hoewel de piano bij tijd en wijle veel te hard klonk maar dat niet al te storend gelukkig.
De tweede sonate van vanavond was er een voor cello en piano en die vond ik beduidend minder boeiend. Het geluid van de cello was niet mooi en het werk langdradig. Dat is misschien niet zo maar als het geluid niet mooi is (van de cello dus) dan is elk werk vermoeiend.
Na de pauze het beroemde en terecht veel geprezen 'Aartshertogtrio' Erzhertog Rudolph gewidmet. Het tweede deel is met name schitterend. Vergeet te zeggen dat het Scherzo uit de Fruhling-sonate ook zo prachtig is (pizzicato door de viool en ondersteund door de piano). Het Andante cantabile ma pero con moto uit opus 97 vond ik het minst boeiend van de avond, het Allegro juist wel en dat werd ook terecht beloond met een fiks applaus. Dit eerste concert in een Beethoven-cyclus was de moeite waard en 'smaakt' naar meer.
Toegiften werden niet gespeeld. De krenten.
Terug naar het prachtige concert/recital want prachtig was het. Krebbers en Dechesne begonnen met de 'Fruhling-sonate' van Beethoven en het viel me op hoe soepel en volkomen ontspannen Krebbers viool speelt. Zo beheerst en ogenschijnlijk moeiteloos, werkelijk een genot om naar te kijken en te luisteren. Het werd een goede uitvoering hoewel de piano bij tijd en wijle veel te hard klonk maar dat niet al te storend gelukkig.
De tweede sonate van vanavond was er een voor cello en piano en die vond ik beduidend minder boeiend. Het geluid van de cello was niet mooi en het werk langdradig. Dat is misschien niet zo maar als het geluid niet mooi is (van de cello dus) dan is elk werk vermoeiend.
Na de pauze het beroemde en terecht veel geprezen 'Aartshertogtrio' Erzhertog Rudolph gewidmet. Het tweede deel is met name schitterend. Vergeet te zeggen dat het Scherzo uit de Fruhling-sonate ook zo prachtig is (pizzicato door de viool en ondersteund door de piano). Het Andante cantabile ma pero con moto uit opus 97 vond ik het minst boeiend van de avond, het Allegro juist wel en dat werd ook terecht beloond met een fiks applaus. Dit eerste concert in een Beethoven-cyclus was de moeite waard en 'smaakt' naar meer.
Toegiften werden niet gespeeld. De krenten.
zaterdag 9 april 2016
Zondag 31 oktober 1976
Vanochtend met Ineke vertrokken naar Amsterdam in de trein van half elf. Naar het tweede concert in de serie Z. Het Concertgebouworkest stond dit keer onder leiding van Willem van Otterloo, ook al een dirigent waar ik niet mee wegloop en hij waarschijnlijk niet met mij want ik hoorde van Kees Steeman dat het Otterloo gelukt was de harpist Van Witsenburg uit het Residentieorkest te 'wippen' omdat-ie homoseksueel zou zijn. Wat de man natuurlijk ook is zoals ik vorige week heb mogen constateren want de bewegingen en maniertjes zijn opvallend te noemen. Ik vraag me altijd af hoe dan toch kan, zou die man dat zelf niet door hebben? is er niemand in zijn omgeving die hem er op wijst dat hij zich niet zo vrouwelijk? moet gedragen. Ik zeg nu vrouwelijk maar ik ken niet een vrouw die zo doet. Dus mijn betoog slaat weer nergens op, weet het ook niet. Zoek het maar uit.
Gewipt of niet gewipt: Otterloo dirigeert uitstekend. En dat was al direct te horen in de symfonie nr. 103 van Haydn, een zgn. Londense symfonie. Mit den Paukenwirbel noemde papa Haydn dit werk. Niet te verwarren met de symfonie Mit dem paukenschlag.
Vooral het derde deel is prachtig door het gedeelte met vioolsolo en het mooie trio. Dit geldt ook voor de Finale dat van een betoverende schoonheid is en duidelijk laat horen dat we hier te maken hebben met de 'latere' Haydn die op het hoogtepunt van zijn bestaan als componist zijn symfonieën nr 93 t/m 104 schreef. Deze 12 werken zijn stuk voor stuk juweeltjes en gaan mee naar het bekende onbewoonde eiland (en verder voornamelijk Bach).
Bruch was aan de beurt. Igor Oistrach (zoon van ...) was de solist in dit toch wel prachtige concert. We hadden de indruk dat de violist zo nu en dan wat onzuiver speelde.We vroegen ons af hoe vaak een violist dit werk per seizoen speelt. En er zit vast wel eentje tussen die dan op een regenachtige zondagmiddag minder goed klinkt dan de voorafgaande. Niet dat het slecht was maar om te zeggen dat het goed was, is ook wat overdreven. Hij liet te veel steekjes vallen en speelde hier en daar ronduit slordig.
In de pauze toch maar naar achter gerend om de handtekeningen van Oistrach en Otterloo te vragen. En gekregen.
Na de koffietijd stond Holst op het programma en wel diens 'The Planets'. Wat een hoop lawaai. Er zijn delen die mooi zijn maar het overgrote deel is bombastisch en overschrijdt wat een mens verdragen kan, qua geluid. Mercurius, de gevleugelde boodschapper sloeg wel erg hard met z'n vleugels want alle aanwezige instrumenten die in het orkest aanwezig waren, speelden op het uiterste volume en dat werd me even te veel. Onvoorstelbaar veel lawaai dat haast niet vol te houden was. Neen, maar even geen Holst voorlopig.
Na het concert zijn Ineke direct naar het station gelopen en hebben de trein genomen van 16:59 en zijn behouden teruggekeerd in Groningen, Vanavond Verdi (galavoorstelling) op de TV. Opname van 16 oktober 1976 waar ik de mazzel had om het 'live' mee te maken.
Gewipt of niet gewipt: Otterloo dirigeert uitstekend. En dat was al direct te horen in de symfonie nr. 103 van Haydn, een zgn. Londense symfonie. Mit den Paukenwirbel noemde papa Haydn dit werk. Niet te verwarren met de symfonie Mit dem paukenschlag.
Vooral het derde deel is prachtig door het gedeelte met vioolsolo en het mooie trio. Dit geldt ook voor de Finale dat van een betoverende schoonheid is en duidelijk laat horen dat we hier te maken hebben met de 'latere' Haydn die op het hoogtepunt van zijn bestaan als componist zijn symfonieën nr 93 t/m 104 schreef. Deze 12 werken zijn stuk voor stuk juweeltjes en gaan mee naar het bekende onbewoonde eiland (en verder voornamelijk Bach).
Bruch was aan de beurt. Igor Oistrach (zoon van ...) was de solist in dit toch wel prachtige concert. We hadden de indruk dat de violist zo nu en dan wat onzuiver speelde.We vroegen ons af hoe vaak een violist dit werk per seizoen speelt. En er zit vast wel eentje tussen die dan op een regenachtige zondagmiddag minder goed klinkt dan de voorafgaande. Niet dat het slecht was maar om te zeggen dat het goed was, is ook wat overdreven. Hij liet te veel steekjes vallen en speelde hier en daar ronduit slordig.
In de pauze toch maar naar achter gerend om de handtekeningen van Oistrach en Otterloo te vragen. En gekregen.
Na de koffietijd stond Holst op het programma en wel diens 'The Planets'. Wat een hoop lawaai. Er zijn delen die mooi zijn maar het overgrote deel is bombastisch en overschrijdt wat een mens verdragen kan, qua geluid. Mercurius, de gevleugelde boodschapper sloeg wel erg hard met z'n vleugels want alle aanwezige instrumenten die in het orkest aanwezig waren, speelden op het uiterste volume en dat werd me even te veel. Onvoorstelbaar veel lawaai dat haast niet vol te houden was. Neen, maar even geen Holst voorlopig.
Na het concert zijn Ineke direct naar het station gelopen en hebben de trein genomen van 16:59 en zijn behouden teruggekeerd in Groningen, Vanavond Verdi (galavoorstelling) op de TV. Opname van 16 oktober 1976 waar ik de mazzel had om het 'live' mee te maken.
Abonneren op:
Posts (Atom)